**1..** Het college van elke deelnemende gemeente kan, na vooraf verkregen instemming van de raad van die gemeente, besluiten dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd. De colleges en de raden van de overige gemeenten worden over de besluiten geïnformeerd. Een dergelijk besluit kan voor de eerste keer worden genomen zes jaar na het besluit tot deelname aan / toetreding tot deze regeling.
**2..** Een ontwerpuittredingsbesluit wordt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van acht weken hun zienswijzen op het ontwerpuittredinsbesluit ter kennis te brengen van het college.
**3..** Een uittredingsbesluit gaat twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot opzegging is genomen, in.
**4..** Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt als bedoeld in het 1e lid, wordt eerst over het voornemen overleg met de andere deelnemende gemeenten gevoerd.
**5..** In het voornemen als bedoeld in het 1e en 4e lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te treden.
**6..** Het besluit als bedoeld in het 1e lid wordt terstond ter kennis gebracht van het bestuur.
**7..** Het bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding
**8..** De berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding- waaronder de ontvlechtingskosten en directe en indirecte schade - getoetst door een gezamenlijk gekozen onafhankelijk externe deskundige, komen voor rekening van de uittredende gemeente. Indien er als gevolg van de uittreding personele consequenties zijn, dient daarvoor een sociaal statuut te worden vastgesteld.
**9..** Het advies van de in lid 8 genoemde deskundige is bindend. De kosten van inschakeling
van de deskundige zijn voor rekening van de deelnemer die uittreedt
Met betrekking tot geschillen tussen de deelnemers onderling, dan wel tussen de deelnemers en de BEL Combinatie omtrent de toepassing van dit artikel is artikel 25 van deze regeling van toepassing.
Artikel 28: Wijziging en opheffing
**1..** De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
**2..** Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats indien de colleges van tenminste tweederde van de deelnemende gemeenten daartoe besluiten.
**3..** Indien het bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet zij een daartoe strekkend voorstel aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten.
**4..** Een ontwerpwijzigingsbesluit wordt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van acht weken hun zienswijzen op het ontwerpwijzigingsbesluit ter kennis te brengen van het college.
**5..** In geval van opheffing van de regeling stelt het Bestuur een regeling op met betrekking tot de gevolgen van de opheffing. Deze opheffings-/liquidatieregeling wordt vastgesteld door de colleges van de deelnemende gemeenten, de raden van die gemeenten gehoord.
**6..** De regeling als bedoeld in lid 5 :
voorziet in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel .
geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband.
**7..** Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
**8..** Zo nodig blijft het Bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is.
**9..** Alle rechten en verplichtingen van de regeling die resteren na uitvoering van het liquidatieplan gaan bij vereffening over naar de gemeenten, naar evenredigheid van de grootte van hun bijdrage aan de regeling in het jaar voorafgaande aan de opheffing.
**10..** Van elk besluit tot wijziging dan wel opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de deelnemende gemeenten.