**1..** Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde en te voeren beleid. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen.
**2..** Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk binnen een termijn van maximaal zes weken verstrekt. De vragen en antwoorden aan een college of een of meer leden van dat college worden ter kennis gebracht van de andere colleges.
**3..** Het bestuur verstrekt aan de raden of de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden binnen een termijn van maximaal zes weken schriftelijk verstrekt. De vragen en antwoorden aan een raad of een of meer leden van die raad worden ter kennis gebracht van de andere raden.
**4..** Het bestuur geeft daarnaast aan de colleges en de raden van de gemeenten ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt.
**5..** Indien een lid van het bestuur niet meer het vertrouwen geniet van het college welk hem heeft aangewezen, kan dit college hem als zodanig ontslaan.
**6..** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de raad of een of meer leden van de raad van de betreffende gemeente, onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet.
**7..** De colleges van de deelnemende gemeenten zijn gehouden het bestuur in kennis te stellen van de bij hen in voorbereiding zijnde plannen en/of maatregelen met betrekking tot de in artikel 4 bedoelde taakgebieden en taakaspecten daarbinnen, voor zover deze redelijkerwijs van belang kunnen zijn voor het functioneren van de BEL Combinatie.
Artikel 11: Zienswijzen
Er zijn - naast de mogelijkheid zoals genoemd in artikel 21 en 22 – geen besluiten van het bestuur, waarvoor aan de raden
vooraf zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, lid 5 en lid 6 van de Wet gemeenschappelijke regelingen
Artikel 12: Voorzitter
**1..** Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan waarbij het voorzitterschap en plaatsvervangend voorzitterschap iedere twee jaar wisselt aan de hand van de volgorde Blaricum, Eemnes, Laren.
**2..** De voorzitter alsmede de plaatsvervangend voorzitter is een burgemeester van een van de gemeenten.
**3..** De voorzitter ondertekent samen met de secretaris de stukken die van het bestuur uitgaan.
**4..** De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en tevens voor de vergaderorde binnen het bestuur.
**5..** Het bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het bestuur te handelen.
**6..** De voorzitter vertegenwoordigt de bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
**7..** De voorzitter kan in het directiestatuut zoals genoemd in artikel 15zijn bevoegdheden mandateren aan de algemeen directeur.
Hoofdstuk 3:
Artikel 10:
Informatie- en verantwoordingsplicht
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling BEL Combinatie 2024