Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 12 zijn belast:
de door het college aangewezen havenmeester, en bij afwezigheid zijn plaatsvervanger;
de algemene en bevoegde bijzondere opsporingsambtenaren van de politie en de Koninklijke Marechaussee; en
de overige door het college hiertoe aangewezen personen.