Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1:1

Begripsomschrijving

Onderdeel van Verordening Fysieke Leefomgeving Voorne aan Zee, eerste wijziging

1.. Badstrand: het zeestrand met daarbij de droog liggende banken tussen de strandpalen 12.000 en 13.300; 2.. College: het college van burgemeester en wethouders; 3.. Duingebied: het gebied bestaande uit duinen, bossen, graslanden en daarin gelegen wateren; 4.. Gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoed register; 5.. Gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, zijn onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden; 6.. Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; 7.. Haven: alle openbare wateren in de: gemeentehavens van Brielle en Zwartewaal, met inbegrip van de aan de Brielse Maas en het Brielse Meer grenzende mondingen en de daarbij behorende glooiingen, wallen, dammen en kaden; Heliushaven, de Haaven, het Groote Dok, de Koopvaardijhaven, de Tramhaven en het Kanaal door Voorne (tot aan de brug van het winkelcentrum) en de daarbij behorende glooiingen, wallen, dammen en kaden. 8.. Havenmeester: de door burgemeester en wethouders als zodanig benoemde persoon, alsmede diens plaatsvervanger(s). 9.. Inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, bijvoorbeeld een huisvuilniszak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag, ten behoeve van één huishouden; 10.. Inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd (e) bewaarmiddel of -plaats, bijvoorbeeld een verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot, ten behoeve van meerdere huishoudens; 11.. Kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; onder kerkelijk wordt ook verstaan levensbeschouwelijk in ruime betekenis van het woord; 12.. Ligplaats: een gedeelte van de gemeentelijke haven, ingericht, geschikt gemaakt, uit eigen aard of door omstandigheden van buitenaf te gebruiken voor het meren van een vaartuig; 13.. Openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; 14.. Openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; 15.. Parkeren: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het reglement verkeersregels en verkeersteken 1990; 16.. Rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; 17.. Schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting. 18.. Schipper: degene die op een vaartuig met de leiding is belast of feitelijk de leiding in handen heeft, of bij afwezigheid van deze, de eigenaar of gebruiker van het vaartuig; 19.. Strand: het zeestrand met daarbij de droog liggende banken met uitzondering van de stranden in het beheer bij het Recreatieschap; 20.. Vaartuig: elk drijvend voorwerp, gebruikt of in staat om te worden gebezigd als middel van vervoer te water, met inbegrip van houtvlotten en pontons, onverschillig of deze al dan niet dienen tot het dragen van daarop geplaatste werktuigen of inrichtingen; 21.. Vaste ligplaats: een ligplaats, welke krachtens een daartoe aangegane vergunning of overeenkomst gedurende de daarin bepaalde periode mag worden ingenomen. 22.. Voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen; 23.. Weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994. 24.. Woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel