Naar hoofdinhoud
1.. Het subsidieplafond voor het subsidiëren van activiteiten, zoals bedoeld in deze subsidieregeling, wordt jaarlijks door het college vastgesteld, binnen de kaders van het subsidieplafond voor programma 4 Onderwijs, Sport en Cultuur, dat door de raad wordt vastgesteld. 2.. De verdeling van subsidie voor subthema Stimuleren sportdeelname geschiedt op de volgende wijze: De activiteiten kunnen gesubsidieerd worden met een maximum bedrag van € 15,- per jeugdlid en lid met een beperking, met inachtneming van het vastgestelde subsidieplafond; Als het totaalbedrag van alle aanvragen hoger is dan het subsidieplafond voor subthema Stimuleren sportdeelname, wordt het bedrag per lid evenredig toegekend. 3.. De verdeling van subsidie voor subthema Deskundigheidsbevordering geschiedt op de volgende wijze: verenigingen met maximaal 100 betalende leden kunnen per jaar voor 5 personen een aanvraag indienen; verenigingen met 100 tot 500 betalende leden kunnen per jaar voor 10 personen een aanvraag indienen; verenigingen met 500 tot 1.000 betalende leden kunnen per jaar voor 15 personen een aanvraag indienen; verenigingen met 1.000 of meer betalende leden kunnen voor 20 personen een aanvraag indienen; de activiteiten worden gesubsidieerd met een bijdrage van maximaal € 200,- per persoon. Indien voor meer leden subsidie wordt aangevraagd dan het subsidieplafond toelaat, worden opleidingen, als bedoeld in artikel 3 lid 5b als eerste toegekend. Van de overige opleidingen wordt het bedrag per aangevraagde opleiding evenredig verlaagd. Indien het aangevraagde bedrag voor opleidingen, als bedoeld in artikel 3 lid 5b het subsidieplafond overstijgen, wordt het bedrag per aangevraagde opleiding voor deze opleidingen, evenredig verlaagd, en de aanvraag voor overige opleidingen afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel