Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Doelgroep en beoordelingscriteria

Onderdeel van Beleidsregels Scholing Maastricht-Heuvelland

1.. Belanghebbenden met een Participatiewet-, IOAW of IOAZ-uitkering tot de pensiongerechtigde leeftijd vormen de doelgroep voor scholing. 2.. Afhankelijk van de categorie werkfitheid waarin de klant door de gemeente is ingedeeld, moet de scholing aan een vorm van werk gerelateerd zijn. Dit kan een directe of toekomstige relatie zijn. Met betrekking tot de toekomstige relatie met werk is geen termijn van toepassing: Categorie plaatsing en ontwikkeling: Als scholing wordt ingezet voor belanghebbenden in categorie plaatsing en ontwikkeling ligt het voor de hand dat er een direct verband ligt met regulier/gesubsidieerd (betaald) werk. Het kan hier een direct verband betreffen (baanintentie) maar het kan ook een verband betreffen dat op de langere termijn gelegd kan worden, nl een verbetering van de positie op de arbeidsmarkt. In ieder geval moet er een verband bestaan tussen de scholing en de arbeidsmarkt. Categorie activering: Indien belanghebbende is ingedeeld is in de categorie activering dan is er een verband met zinvolle maatschappelijke participatie (gesubsidieerde arbeid, vrijwilligerswerk, mantelzorg, tegenprestatie etc.). Maatschappelijke participatie is per slot van rekening het eerste doel dat wordt nagestreefd voor deze categorie. In dit geval kan scholing op zich al aangemerkt worden als een vorm van participatie.

Rechtspraak bij dit artikel