Hieronder staat de betekenis van begrippen die in deze Verordening Wmo en de Beleidsregels Wmo gebruikt worden.
Aanvraag: een verzoek van een belanghebbende aan de gemeente om een besluit te nemen.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die
niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking;
ook voor de inwoner beschikbaar is als deze geen beperking zou hebben gehad;
daadwerkelijk beschikbaar is;
een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat is tot zelfredzaamheid of participatie;
en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.
Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen zijn: rollator; tandem met en zonder hulpmotor, (elektrische) fiets met lage instap, ligfiets, bakfiets, fietskar, aanhangfiets, snorfiets, bromfiets, Spartamet/fiets met hulpmotor; standaard buggy tot 4 jaar; personenauto en, auto-accessoires zoals airconditioning, stuur/rembekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten, trekhaak; éénhendelmengkranen en thermostatische kranen; keramische of inductiekookplaat en ander keukenapparatuur; verhoogd toilet, tweede toilet/sanibroyeur; douchekop en glijstang; douchecabine; renovatie van badkamer en keuken; antislipvloer/coating; wandbeugels; zonwering (inclusief elektrische bediening); (losse) airco units; luchtbevochtigers/ontvochtigers; ophogen tuin/bestrating bij verzakking wanneer er sprake is van regulier onderhoud; glazenwasser; boodschappenbezorgdienst; regen/thermokleding/schootkleed. Een algemeen gebruikelijke voorziening is geen Wmo maatwerkvoorziening.
Algemene voorzieningen: diensten of activiteiten die algemeen toegankelijk zijn voor doelgroepen zonder dat daartoe een indicatie gesteld is. Met de activiteiten of ondersteuning die via deze algemene voorzieningen wordt geboden kan een individuele inwoner (een deel van) zijn participatieproblemen verminderen of zijn zelfredzaamheid verhogen. In deze gevallen is het niet noodzakelijk een maatwerkvoorziening in te zetten of kan volstaan worden met een maatwerkvoorziening als aanvulling op de algemene voorziening. Voorbeelden van algemene voorzieningen zijn: persoonsalarmering, boodschappenservice, maaltijdservice, klussendiensten, tuinonderhoud, algemeen maatschappelijk werk, schuldhulpverlening en budgettering, welzijnswerk (voor ouderen), was- en strijkservices, passantenverblijf voor dak- en thuislozen, vervoer door vrijwilligers.
Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wmo.
Begeleiding: ondersteuning die de inwoner helpt zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te blijven of om voor te bereiden op zelfstandig wonen / begeleid wonen.
Cliёntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning die bestaat uit informatie, advies en korte ondersteuning die inwoners helpt zo zelfredzaam mogelijk te zijn en de daarvoor benodigde zorg en ondersteuning te vinden en te krijgen – anders dan vanuit de Wmo maatwerkvoorzieningen.
Collectieve voorziening: Dit is een Wmo-voorziening die individueel wordt verstrekt maar die toch door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het aanvullend openbaar vervoer (AOV) het meest duidelijke voorbeeld.
Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Het is een uitgangspunt op grond waarvan er in eerste instantie wordt bekeken of de (extra) werkzaamheden binnen het gezamenlijke huishouden zelf zijn te organiseren. Als een van de gezinsleden uitvalt, is het immers heel gewoon dat de andere gezinsleden diens taken overnemen. Als er gebruikelijke hulp aanwezig is, wordt er geen of minder ondersteuning geboden bij het schoonhouden of organiseren van het huishouden. Bij gebruikelijke hulp wordt rekening gehouden met de leeftijd van de huisgenoot:
vanaf 23 jaar wordt verwacht dat de huisgenoot in staat moet zijn om, naast een volledige baan of opleiding een volledig huishouden over te nemen;
van 18 tot 23 jaar wordt iemand in staat geacht, om naast een volledige baan of opleiding, een eenpersoonshuishouden te voeren. Dus in een gezamenlijk huishouden mogen de volgende activiteiten worden verwacht: schoonhouden, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen;
kinderen vanaf 13 jaar worden geacht enkele licht huishoudelijke taken te doen zoals opruimen, afwassen, boodschappen doen, stofzuigen en hun eigen bed te verschonen.
Hulpvraag: De behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2 eerste lid van de Wet. De hulpvraag wordt tijdens het onderzoek verduidelijkt.
Ingezetene: inwoner die hoofdverblijf (feitelijke verblijfplaats) heeft in de gemeente Wormerland en ook de meerderheid van het jaar in Wormerland woont. De inschrijving in de Basisregistratie Personen vormt daarbij een belangrijke aanwijzing, maar is niet doorslaggevend. Als iemand niet op een vaste plek, zijn hoofdverblijf, woont, is het feitelijk verblijf bepalend.
Maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen
ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen;
ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen;
ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
Mantelzorg: zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende - door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorg/hulpverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Niet alle zorg, die mensen aan hun naaste bieden, is mantelzorg. Er is sprake van mantelzorg, wanneer die zorg of hulp voor meer dan acht uur per week en langer dan drie maanden achtereen geboden wordt. Indien de mantelzorger samen met de hulpvrager in één huis woont en één huishouden voert, is sprake van gebruikelijke hulp (zie boven) en mag van de mantelzorger verwacht worden dat deze een bijdrage aan het huishouden en de zorg levert. Indien de mantelzorger niet thuis woont, is de mantelzorg vrijwillig, en kan een bijdrage van de mantelzorger niet verplicht gesteld worden.
Melding: melding aan de gemeente als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de Wmo.
Ondersteuningsplan: plan dat in samenspraak met de inwoner en/of diens wettelijk vertegenwoordiger en de eventuele mantelzorger wordt opgesteld met betrekking tot de behoefte aan ondersteuning.
Persoonlijk budgetplan: plan dat de aanvrager voor een maatwerkvoorziening indient ter motivering om de voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt te krijgen.
Persoonlijk plan: plan dat de hulpvrager – al dan niet tezamen met zijn sociaal netwerk opgesteld – vrijwillig kan indienen voorafgaand aan het onderzoek door de gemeente.
Persoonsgebonden budget (Pgb): bedrag waarvan betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatwerkvoorzieningen door derden.
Voorliggende voorziening: algemene toegankelijke en/of gebruikelijke voorzieningen waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen. Deze voorzieningen gaan voor op maatwerkvoorzieningen. Als dit het geval is, wordt er op grond van de Wmo geen voorziening verstrekt. Voorbeelden zijn: de Zorgverzekeringswet (Zvw), het UWV (gebarentolk, een reiskostenvergoeding of een aangepaste auto), begeleiding bij re-integratie, arbeidsvoorzieningen op grond van de Ziektewet, WIA, Wajong en Participatiewet. Alhoewel de Wet langdurige zorg (Wlz) formeel niet als een voorliggende voorziening kan worden beschouwd kan ondersteuning via de Wmo geweigerd worden als een persoon aanspraak heeft op ondersteuning op grond van de Wlz of.
Zorg in Natura (ZIN): zorg of hulp die door de gemeente gecontracteerd is om uitvoering te geven aan een maatwerkvoorziening. Ook regelt de gemeente de administratie daaromheen. De inwoner kan met de zorgaanbieder afspraken maken over de manier waarop hij zorg en ondersteuning krijgt.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening van de gemeente Wormerland betreffende maatschappelijke ondersteuning