Naar hoofdinhoud
1.. Algemene weigeringsgronden. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt als: voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; de inwoner de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of een voorstel tot realisatie heeft geaccepteerd, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen en de gemeente vooraf toestemming heeft gegeven; de inwoner de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of een voorstel tot realisatie heeft geaccepteerd, tenzij de gemeente daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven en de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; de gevraagde voorziening al eerder aan de inwoner is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet verstreken is, tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen of de inwoner de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt; deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht; de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de inwoner rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; de inwoner geen ingezetene is van de gemeente Wormerland, met uitzondering van beschermd wonen en maatschappelijke opvang; een inwoner tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond; de aanvrager de noodzakelijke gegevens niet verstrekt, zich niet legitimeert of niet meewerkt aan aanvullend onderzoek. 2.. Woonvoorzieningen. Geen woonvoorziening wordt verstrekt als: de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen; de desbetreffende woonruimte niet geschikt is voor permanente bewoning; het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; de inwoner verhuisd is van een woning die volledig aangepast is aan de beperkingen van de inwoner naar de huidige woning die dat niet is, terwijl er geen noodzaak of belangrijke reden voor de verhuizing is; de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door de gemeente; de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; naar feitelijk gebruik en/of marktcommunicatie van verhuurder sprake is van voornamelijk op personen met beperkingen en/of ouderen gerichte woongebouwen en de benodigde voorziening gebruikelijk is bij dat type woongebouwen (doelgroepwoningen, bijvoorbeeld ‘aanleunwoningen’ bij een verpleeghuis); de woning niet binnen de gemeentegrenzen gesitueerd is; voor zover de kosten van de aanpassingen meer (gaan) bedragen dan 10.000 euro en/of indien belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning waarbij de verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat. Tot € 10.000 kan geen sprake zijn van het verhuisprimaat. Van dit ‘verhuisprimaat’ kan worden afgeweken als: er niet binnen een tijdsbestek van 6 maanden een woning beschikbaar komt binnen een straal van 5 km waar naartoe de belanghebbende kan verhuizen, tenzij uit onderzoek blijkt dat het medisch verantwoord is om deze termijn te verruimen; er een contra-indicatie tot verhuizen aanwezig is op grond van objectieve medische, psychische en/of sociale redenen; de woning waar naartoe kan worden verhuisd niet geschikter is dan de huidige woning; een verhuizing zal leiden tot een verlies van netwerk en/of dienstverlening voor de belanghebbende essentieel is en hem in staat stelt tot zelfredzaamheid en participatie. 3.. Vervoersvoorzieningen. Een inwoner komt niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening als deze in staat is gebruik te maken van het reguliere collectief vervoer of een voorliggende voorziening zoals door vrijwilligers uitgevoerd wordt. De vraag of het reguliere collectief vervoer en de voorliggende voorziening als voorziening voldoet aan de compensatieplicht, kan slechts beantwoord worden op grond van een onderzoek naar de beperkingen, maar ook de persoonskenmerken en vervoersbehoeften van de inwoner. Een inwoner komt niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening als de gestelde vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie niet gerelateerd is aan verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving: Een inwoner komt niet in aanmerking voor de vergoeding van de kilometers van een maatwerk vervoersvoorziening boven de 3.000 kilometer op jaarbasis. Een inwoner die gebruik maakt van Wlz komt niet in aanmerking voor een maatwerk vervoersvoorziening. Een zelfstandig wonende inwoner met Wlz indicatie kan voor sociaal vervoer wel gebruik maken van de voorliggende vervoersvoorzieningen. Een inwoner komt niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening als er geen sprake is van een individuele vervoersbehoefte. De Wmo vervoerspas kan niet gebruikt worden voor daguitjes ten behoeve van inwoners die in een intramurale instelling verblijven of vervoer naar groepsbegeleiding, dagbesteding of kortdurend verblijf.

Rechtspraak bij dit artikel