Naar hoofdinhoud
1.. De gemeente kent een Pgb toe als naar het oordeel van de gemeente is vastgesteld dat: de inwoner, al dan niet met hulp uit zijn sociaal netwerk dan wel een door inwoner aangewezen gemachtigde of een door de rechter aangewezen wettelijk vertegenwoordiger, in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel in staat is te achten om de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren; de inwoner gemotiveerd een Pgb wenst; is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woonruimteaanpassingen en andere maatregelen die met het Pgb betaald moeten worden veilig, doeltreffend en inwonergericht zijn; het Pgb binnen zes maanden na toekenning wordt aangewend voor de bekostiging van het resultaat waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. De gemeente kan op verzoek een langere termijn hanteren. 2.. De gemeente kent geen Pgb toe: als de inwoner geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; als de inwoner verwijtbaar onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft; als in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; als de inwoner voorheen niet voldaan heeft aan de aan de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden – tenzij er omstandigheden gewijzigd zijn; als de inwoner niet eerder de maatwerkvoorziening of het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruikt; als het Pgb is bestemd voor besteding in het buitenland; als dit is bedoeld voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers; als dit is bedoeld voor ondersteunings- of administratiekosten in verband met het persoonsgebonden budget; als er bij inwoner sprake is van een gecompliceerde schuldenlast waar de Wet schuldsanering natuurlijke personen op van toepassing kan zijn; als een inwoner redelijkerwijs niet in staat kan worden geacht het Pgb te beheren en diens wettelijk vertegenwoordiger eveneens niet Pgb-vaardig is; als een inwoner een gemachtigde of beheerder van het Pgb heeft aangewezen, die tevens uitvoerder is van de met het Pgb ingekochte ondersteuning waardoor de onafhankelijke belangenbehartiging in het gedrang komt; als het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager geen redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag kan maken; als het ernstige vermoeden bestaat dat hij niet in staat is de aan het Pgb verbonden taken uit te voeren; als de veiligheid, doeltreffendheid en inwonergerichtheid en rechtmatigheid onvoldoende is gegarandeerd; als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie en het niet denkbaar is om de aanvraagprocedure zorgvuldig te doorlopen binnen de noodzakelijke tijd. 3.. Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een Pgb, toetst de gemeente of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6. lid 2 van de wet opgenomen voorwaarden. De inwoner dient daarvoor een budgetplan in. In het budgetplan is in elk geval opgenomen: welke resultaten behaald gaan worden met het Pgb; hoe de inwoner zelf of met hulp van iemand uit het sociaal netwerk of zijn wettelijk vertegenwoordiger de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze gaat uitvoeren; wat de motivatie is om de maatwerkvoorziening in de vorm van een Pgb te ontvangen; welke voorziening de inwoner met het Pgb zou willen inkopen en bij welke uitvoerder; op welke wijze de kwaliteit van de voorziening is gewaarborgd en duidelijk is dat de voorziening geschikt is voor het doel waarvoor het Pgb wordt verstrekt; de kosten van de voorziening, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief. 4.. Het Pgb mag niet worden besteed aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een Pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een Pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; kosten voor (deels) een vakantie. 5.. Het Pgb bevat geen vrij besteedbaar deel en kan geen feestdagenvergoeding uitkeren. Het Pgb tarief is inclusief de volgende kosten: salaris; werkgeverskosten; reiskosten ten behoeve van de ondersteuning; administratie van de aanbieder die niet onder de taak van de SVB valt. 6.. Als voor de eerste keer een Pgb wordt aangevraagd voor een maatwerkvoorziening dan wordt deze maximaal voor één jaar toegekend. Twee maanden voor het aflopen van de indicatieduur verzoekt de inwoner de gemeente de maatwerkvoorziening in de vorm van het Pgb te verlengen of aan te passen. 7.. Wanneer een inwoner vanuit het Pgb diensten wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, moet in het budgetplan gemotiveerd worden waarom inzet vanuit het sociaal netwerk een meerwaarde heeft, op welk gebied de hulp vanuit het sociaal netwerk de gebruikelijke hulp overstijgt en waarom deze inzet leidt tot een gelijkwaardig of beter resultaat dan de inzet van een professional. Om de kwaliteit te kunnen wegen bij de inzet van het Pgb via een persoon uit het sociaal netwerk, weegt de gemeente of dit tot gelijkwaardig of beter resultaat leidt in vergelijking met de inzet van een professional. 8.. De uitvoerder van de Pgb dienstverlening moet voldoen aan de volgende criteria om in aanmerking te komen voor het Pgb instellingstarief: de zorgaanbieder/persoon is geregistreerd in het Algemeen Gegevensbeheerregister (AGB)/ staat ingeschreven bij de kamer van koophandel als bedrijf in een relevante sector voor de ondersteuning; de ondersteuning voldoet aan dezelfde eisen als die voor vergelijkbare ondersteuning in natura worden gesteld; de zorgaanbieder/persoon heeft relevante diploma’s; de zorgaanbieder/persoon heeft relevante werkervaring. 9.. De gemeente kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het Pgb voor ten hoogste dertien weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als duidelijk is dat de inwoner het Pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. 10.. De inwoner geeft de gemeente desgevraagd inzicht in de besteding van het Pgb. 11.. Voor de uitbetaling van een Pgb voor woningaanpassingen, sportvoorzieningen, hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen dient de inwoner de originele factuur en het betalingsbewijs te bewaren voor minimaal zeven jaar en op verzoek te overleggen. 12.. Een Pgb wordt verstrekt per kalenderjaar. Onbesteed budget dient in beginsel terug te vloeien naar de gemeente. Alleen in uitzonderlijke situaties en met schriftelijk akkoord namens de gemeente, wordt dit op verzoek van budgethouder overgeboekt naar het nieuwe kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel