Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.3.6

Artikel 3.46

Standplaatsvergunning en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Gooise Meren 2024

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college op of aan de weg of aan een openbaar water dan wel op een andere - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats: met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van de handel goederen te koop aan te bieden dan wel diensten aan te bieden; anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan publiek. 2.. Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in het eerste lid. 3.. Het in het eerste lid, onder b, gestelde verbod geldt niet: voor het door de winkelier ten behoeve van de verkoop voor zijn winkel uitstallen van goederen en/of reclameborden voor zover deze objecten zich bevinden binnen een strook van 1,00 meter, gerekend vanuit de voorgevel van een winkel en mits de vrijheid en veiligheid van het verkeer niet in gevaar worden gebracht, en mits het trottoir, gerekend vanuit de voorgevel, ter plekke minimaal 2,50 meter breed is. In voetgangersgebieden dient sprake te zijn van een minimale breedte van 5 meter, gerekend van de voorgevel van een pand tot aan de voorgevel van het tegenoverliggende pand. 4.. Voor uitstallingen waarop lid 3 van dit artikel van toepassing is gelden in ieder geval de volgende regels: de winkelier is verplicht de uitstalling buiten de openingstijden van het bijbehorende winkelpand van de openbare weg te verwijderen; een uitstalling mag niet voor een winkelingang of -uitgang worden geplaatst; de maximale hoogte van uitstallingen die niet aan de gevel aansluiten dient 1,50 meter te zijn. 5.. De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet op de plaats die is aangewezen voor het houden van een markt, zulks gedurende de tijden dat de markt gehouden wordt, voor een evenement als bedoeld in artikel 2:24 van de APV. 6.. In de kern Bussum is het in het eerste lid bedoelde verbod tevens niet van toepassing op het innemen van een standplaats voor de duur van maximaal 3 dagen, mits daarvan tenminste 5 werkdagen van te voren melding wordt gedaan en tevens wordt voldaan aan de nadere regels uit de nota Standplaatsenbeleid Gooise Meren. 7.. Burgemeester en wethouders kunnen dienaangaande nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, veiligheid en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 8.. Een vergunning kan worden geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid; wanneer als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel der gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; vanwege strijd met het omgevingsplan of voorbereidingsbesluit. 9.. Indien dit door of namens de gemeente, de politie of de brandweer wordt geëist in het kader van het algemene belang, de openbare orde of veiligheid, dient de uitstalling geheel of gedeeltelijk te worden verwijderd zonder dat de initiatienemer recht heeft op schadevergoeding. 10.. Het college kan in het belang van de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van uitstallingen en reclameborden. 11.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de provinciale omgevingsverordening dan wel Wet milieubeheer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel