Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Algemene uitzonderingen van mandaat

Onderdeel van Algemeen bevoegdhedenbesluit Zoeterwoude 2023

1.. Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot: de raad; de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis; de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen; de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; de vice-president van de Raad van State; de president van de Algemene Rekenkamer; De Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft ter zake formele klachten; enig bestuursorgaan van een provincie of een gemeente; enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap; voor zover geen sprake is van een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffingen of vrijstelling ten behoeve van de gemeente Zoeterwoude. 2.. Onverminderd het gestelde in het eerste lid is het mandaat niet van toepassing: indien artikel 10:3 Awb van toepassing is; indien de verantwoordelijke portefeuillehouder namens het college beslist dat de aangelegenheid door het college moet worden afgedaan en indien de burgemeester beslist dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. De portefeuillehouder of de burgemeester wordt tijdig geïnformeerd over besluiten als genoemd in artikel 5;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel