**1..** De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt:
het bij aanvang van parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften;.
het bij aanvragen van parkeren aanmelden bij de centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door burgemeester en wethouders gestelde voorschriften;
**2..** De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de parkeervergunning wordt verleend.
**3..** Indien de belastingplicht met betrekking tot de belasting als bedoeld in artikel 10, onderdeel b:
in de loop van het jaar wordt verleend, is het tarief naar evenredigheid verschuldigd gerekend vanaf de eerste dag van de maand van verlening;
in de loop van het jaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing over zoveel volle kalendermaanden als er in die periode na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht nog resteren.
**4..** Van een parkeervergunning waarbij vooraf saldo wordt gekocht om te kunnen parkeren tegen gereduceerd tarief wordt op aanvraag restitutie verleend van het nog resterende saldo.
**5..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste tot en met het vierde lid gestelde termijn.
**6..** Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de parkeervergunning geldt worden opgegeven.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 13
Wijze van heffing
Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk 2024