Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5.

Artikel 15

Termijn van betaling

Onderdeel van Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Rijswijk 2024

1.. De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het aanmelden bij de centrale computer. 3.. De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de parkeervergunning wordt verleend. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel