Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.2

Didam-arrest

Onderdeel van Nota grondbeleid 2023

Tot voor kort ging men ervan uit dat gemeenten vrij waren om gronden en opstallen één-op-één te verkopen, te verhuren of te verpachten aan een partij naar keuze. In dat kader handelt de gemeente immers als een private partij. In het Didam-arrest (26 november 2021) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat overheidslichamen op grond van het gelijkheidsbeginsel in principe mededingingsruimte moeten bieden aan potentiële gegadigden, ook bij privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals gronduitgifte. Met het arrest worden aan het één-op-één uitgeven van grond voorwaarden gesteld, maar niet uitgesloten. Op basis van deze uitspraak kunnen overheden niet langer onroerende zaken exclusief aan één partij aanbieden zonder dit vooraf kenbaar te maken en zonder andere geïnteresseerde partijen de mogelijkheid te bieden mee te dingen. Deze hoofdregel houdt in dat overheden de koper moeten selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Zo worden op basis van het gelijkheidsbeginsel gelijke kansen geboden. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook met zich mee dat de overheid een passende mate van openbaarheid moet geven met de betrekking tot zaken als: De beschikbaarheid van de onroerende zaak. De selectieprocedure. Het tijdschema. De toe te passen selectiecriteria. De gemeente moet hierover tijdig en voorafgaand aan de selectieprocedure informatie verschaffen op een zodanige wijze dat potentiële gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. In het Didam-arrest werd een duidelijke uitzondering op de hoofdregel geformuleerd: de gemeente mag afzien van een selectieprocedure als bij voorbaat vaststaat of redelijkerwijs mag worden aangenomen dat slechts één serieuze gegadigde in aanmerking komt voor de aankoop. Voorbeelden hiervan kunnen zijn, mits per concreet geval te onderbouwen met objectieve criteria: Woningcorporaties die in de gemeente actief zijn; gronden ten behoeve van sociale woningbouw mogen één-op-één worden verkocht. Marktpartijen met een bestaande grondpositie grenzend aan de te verkopen grond (in relatie tot urgentie van de ontwikkeling). Partijen die een bouwclaim hebben op de te verkopen grond. De realisatie van plannen conform Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). In deze gevallen is er geen strijd met het gelijkheidsbeginsel en is één-op-één verkoop wel toegestaan. Dan geldt wel de verplichting om het voornemen tot verkoop bekend te maken middels een openbare publicatie en daarin te motiveren waarom er naar oordeel van de gemeente slechts één gegadigde in aanmerking komt. In deze publicatie moet de gelegenheid worden geboden om te reageren op het voornemen van de gemeente om één-op-één aan een bepaalde partij te verkopen/gunnen. Gelet op de formulering van het arrest moet er rekening mee worden gehouden dat dit ook relevant is voor andere vormen van gronduitgifte, zoals erfpacht- en opstalrechten, huur, ruil, pacht en andere vastgoed gerelateerde overeenkomsten zoals publiek-private samenwerkingsovereenkomsten waarin dergelijke rechten worden vergeven. De precieze reikwijdte van het arrest zal zich de komende tijd verder uitkristalliseren in de jurisprudentie. De gemeente zal zich bij iedere voorgenomen uitgifte van gemeentegrond moeten afvragen of er meerdere gegadigden kunnen zijn. Onderstaand worden te doorlopen stappen schematisch weergegeven. Figuur 1: procedure Didam-arrest Beleidsuitgangspunt 2 | Wettelijk kader Bij het uitvoeren en verantwoorden van het grondbeleid handelt de gemeente Asten overeenkomstig wet- en regelgeving op Europees, landelijk, provinciaal en lokaal niveau, waaronder het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Met deze grondnota geeft de gemeente Asten een nadere invulling aan wet- en regelgeving op lokaal niveau, onder meer door het vaststellen van relevante verordeningen en regelingen. In het kader van de grondexploitatie streeft de gemeente fiscale optimalisatie na. Er wordt rekening gehouden met de wijzigingen op het vlak van grondbeleid in het kader van de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking treedt. De gevolgen van het Didam-arrest worden in acht genomen.

Rechtspraak bij dit artikel