Vanuit het Bbk geldt dat het tijdelijk verplaatsen of uit een toepassing wegnemen van grond toegestaan is. Indien deze vervolgens op of nabij deze dezelfde plaats onder dezelfde condities terug gebracht wordt. Formeel moet men dan de vrijgekomen grond in dezelfde laag terugbrengen.
Echter is het gescheiden ontgraven en houden van de boven- en ondergrond in de praktijk moeilijk uitvoerbaar, met name bij werkzaamheden aan kabels en leidingen. De vrijkomende grond bij dit soort werkzaamheden komt namelijk vaak in één depot terecht, zonder dat daarbij onderscheidt is gemaakt tussen boven- en ondergrond. Consequentie hiervan is dat de grond geroerd in de sleuf terugkomt. Gezien de ervaringen uit de praktijk, maar ook om de werkbaarheid te vergroten heeft de regio hier eigen beleid voor.
De regio Midden-Holland staat toe dat men binnen het traject van 0,0-2,0 m-mv de boven- en ondergrond gemengd mag ontgraven, opslaan en terugplaatsen bij werkzaamheden voor kabels, riolering en leidingen.
Let op! Dit geldt alleen voor grondverzet binnen “het werk”. Daarnaast geldt bij het terugplaatsen van de grond de zorgplicht van artikel 13 Wet bodembescherming wel nog steeds.
Consequentie van deze werkwijze is dat de bodem ter plaatse van leidingtracés geroerd raakt met als mogelijk gevolg het (op)mengen van verschillende kwaliteitsklassen.
Dit is geaccepteerd omdat:
De kwaliteit van de bovengrond zal veelal verbeteren. Meestal heeft de ondergrond namelijk een betere kwaliteit dan de bovengrond.
Er is geen toename in bodemrisico’s omdat de bovengrond de contactzone is en deze veelal verbetert van kwaliteit door te roeren.
Na de werkzaamheden vindt meestal afdekking plaats van de bovengrond met bestrating.
De grond is ter plaatse van de (leiding)tracé’s vaak in het verleden ook al vermengd geraakt.
Figuur 6: Werk aan kabels en leidingen.
Het gescheiden ontgraven en terugplaatsen van de boven- en ondergrond kan ook bij herinrichting van terreinen een onevenredige zware inspanning eisen. Bijvoorbeeld bij het graven van sloten en de vrijkomende grond gebruiken voor het dempen van bestaande watergangen in de directe nabijheid. Omdat de ondergrond veelal schoner is dan de bovengrond zal dergelijk grondverzet dikwijls leiden tot een verbetering van de kwaliteit van de contactzone (bovengrond) en hiermee gunstig zijn voor het gebruik van de bodem. De regio Midden-Holland staat deze vorm van grondverzet daarom toe, na overleg met de ODMH per geval.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.5
Gescheiden ontgraven bij werk in leiding- en/of kabeltracés en herinrichting van terreinen
Onderdeel van Nota bodembeheer Midden-Holland 2023