**1..** Bij de berekening van de bestuurlijke boete voor overtreding van artikel 2 en artikel 2a van de Wet wordt voor alle overtredingen zoals onderscheiden in artikel 4 van deze beleidsregel als uitgangspunt het boetenormbedrag gehanteerd. Deze normbedragen zijn van toepassing indien sprake is van normale verwijtbaarheid.
**2..** Indien in afwijking van het eerste lid sprake is van een andere mate van verwijtbaarheid gaan burgemeester en wethouders in de berekening uit van de volgende categorisering:
Burgemeester en wethouders hanteren 200% van het van toepassing zijnde boetenormbedrag in artikel 4 indien de overtreder naar het oordeel van burgemeester en wethouders met opzet handelt in strijd met de Wet.
Burgemeester en wethouders hanteren 150% van het van toepassing zijnde boetenormbedrag in artikel 4 indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders sprake is van ernstige nalatigheid of omstandigheden die in onderlinge samenhang bezien leiden tot grove schuld bij de overtreder.
Burgemeester en wethouders hanteren 50% van het van toepassing zijnde boetenormbedrag in artikel 4 indien de overtreder aannemelijk maakt dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid ten aanzien van de overtreding.
**3..** Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid kunnen in ieder geval de volgende omstandigheden meewegen:
eerdere interventies of overtredingen;
het behaald voordeel met de overtreding;
de impact/duur van de overtreding; en
of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.
Artikel 5
Mate van verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregel bestuurlijke boetes Goed verhuurderschap