Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Analyse van bovenregionaal en gemeentelijk beleid

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 ODNZKG

De Nationale Omgevingsvisie (Novi) Het Rijk heeft zich gecommitteerd aan het behalen van specifieke ambities voor de fysieke leefomgeving, onder meer uitgewerkt in de Nationale Omgevingsvisie (Novi), als sluitstuk van de programma’s NOVEX (Nationale Omgevingsvisie Extra), de NOVEX-gebieden en Mooi Nederland. Momenteel is sprake van grootschalige en urgente opgaven, zoals de depositie van stikstof op natuurgebieden, het tekort aan woningen en de energietransitie. De Novi is een dynamische visie die, gevoed door de uitvoeringspraktijk en maatschappelijke ontwikkelingen, kan veranderen in de tijd. Dit geldt eveneens voor de Uitvoeringsagenda bij de Novi. In de komende periode zullen, onder meer bij de totstandkoming van programma’s, het opstellen van de omgevingsagenda’s en de plannen van aanpak voor NOVEX-gebieden, bevindingen en aanbevelingen voor de verdere uitvoering volgen. In bijlage 4 staat een overzicht van huidige nationale programma’s die de prioriteiten van de Novi specifiek maken. De ambities die door het Rijk zijn opgesteld, krijgen nadere duiding en uitwerking op provinciaal niveau. Provinciale en gemeentelijke programma’s De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Omgevingsdienst is, naast de wettelijke kaders, gebaseerd op de doelstellingen, het beleid en de regelgeving van de provincie en de gemeenten. Dit betekent dat de taken en prioriteiten van de OD NZKG ook worden afgestemd op de specifieke doelen van de provincies en gemeenten in haar werkgebied. Binnen het werkgebied van de OD NZKG zijn er verschillende programma’s waarin beleidsdoelen worden vastgelegd. Het is belangrijk om te benadrukken dat de beleidsdoelen in deze programma’s in onderlinge samenhang moeten worden beschouwd. Lokaal en provinciaal VTH-beleid Gemeenten en provincies kunnen lokaal en provinciaal VTH-beleid ontwikkelen (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) waarin de uitgangs- punten worden beschreven voor de uitvoering van deze taken. Deze uitgangspunten kunnen ook betrekking hebben op de uitvoering van taken die zijn toegewezen aan de OD NZKG. Bijvoorbeeld, het VTH-beleid van de gemeente Amsterdam heeft invloed op taken met betrekking tot bouw. Daarnaast kunnen overheden in dit beleid hun eigen prioriteiten stellen. Omgevingswet en -visies Met de komst van de Omgevingswet worden veel beleidsdocumenten van gemeenten en provincies geïntegreerd in omgevingsvisies en omgevings- plannen. Deze documenten bevatten de langetermijndoelen en de ruimtelijke visie van de gemeenten. Hoewel de meeste gemeenten al omgevings- visies hebben vastgesteld, geldt dit niet voor allemaal. De uiterste deadline is eind 2024. Het overgangsrecht van de Omgevingswet loopt door tot 2031. Provinciale Omgevingsvisie Noord-Holland De Provinciale Omgevingsvisie (Povi) van de Provincie Noord-Holland, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie NH2050, richt zich op het bereiken van een balans tussen economische groei en leefbaarheid in de fysieke leefomgeving. De visie omvat verschillende ambities, waaronder het waarborgen van een gezonde en veilige basis voor de leefomgeving, het aanpakken van klimaatverandering en het bevorderen van gezondheid en veiligheid. Dit houdt in het handhaven en verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving op gebieden zoals bodem, water, lucht, omgevingsveiligheid, geluid en de ondergrond. Er is een ambitie om te voldoen aan KRW- normen voor water en WHO-normen voor luchtkwaliteit binnen specifieke tijdlijnen. Daarnaast is er aandacht voor het vergroten van biodiversiteit en natuurbehoud. De visie streeft ernaar het gebruik van de leefomgeving te faciliteren, met nadruk op een duurzame economie, passende woon- en werklocaties, duurzaamheid in de woningvoorraad, efficiënte mobiliteit met aandacht voor klimaat, gezondheid, natuur en landschap, behoud en versterking van landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken, en de volledige overgang naar klimaatneutraliteit in 2050, gebaseerd op hernieuwbare energie. Omgevingsverordening, omgevingsplan en bruidsschatten Provincies hanteren al omgevingsverordeningen, waarvan sommige al herzien zijn. In de komende jaren worden verdere herzieningen uitgevoerd in overeenstemming met de Omgevingswet. Vanaf 1 januari 2024 beschikken alle gemeenten automatisch van rechtswege over een omgevingsplan. In deze plannen zijn de ‘bruidsschatten’ opgenomen, waar wordt verwezen naar ‘bestaande’ regelgeving en normen en overgangsrecht. Gemeenten zullen aankomende periode deze bruidsschatten nader vertalen naar hun specifieke situatie. In de komende jaren zullen gemeenten meer gedetailleerde en beleids- rijke uitwerkingen van hun omgevingsplannen ontwikkelen, met als uiterste termijn 2031. Kansen en uitdagingen: omgevingsverordeningen en omgevingsplannen vormen belangrijke kaders voor de uitvoering van taken door omgevingsdiensten. Ze bieden mogelijkheden voor een integrale aanpak in gebieden, maar er bestaat ook het risico van versnippering. Het is essentieel om uniforme en regionaal toepasbare regels te hebben om efficiënt te kunnen sturen op doelen voor een veilige en gezonde leefomgeving. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs uniforme normen in elk gebied, maar kan ook betrekking hebben op bijvoorbeeld uniforme methodologieën voor normen en bijbehorende uniforme monitoringsovereenkomsten, gericht op een gelijk speelveld voor bewoners en bedrijven. In bijlage 4 is een beschrijving van de landelijke en regionale en gemeentelijke programma’s opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel