Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Strategie op de niet-bedrijfsgebonden activiteiten

Onderdeel van Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2024-2027 ODNZKG

Bodem en bouw kennen basistaken en plustaken. Daar waar deze integraal onderdeel vormen met de bedrijfsgebonden activiteiten zijn deze meegenomen in de voorgaande hoofdstukken (8) Bodem Bodem betreft ook activiteiten die niet rechtstreeks gerelateerd zijn aan bedrijven, en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze taken ligt bij de Omgevingsdienst. De belangrijkste ontwikkeling op het gebied van bodembeheer heeft betrekking op de overdracht van bodemtaken naar gemeenten en de implementatie van de Omgevingswet vanaf 1 januari 2024. Met de invoering van de Omgevingswet krijgen gemeenten meer bevoegdheden met betrekking tot milieubelastende activiteiten die zich in of op de bodem voordoen. De Omgevingswet en de decentralisatie van bodemtaken brengen aanzienlijke veranderingen in het bodembeleid met zich mee. Het is van vitaal belang om de overgang naar gemeenten soepel te laten verlopen en fouten te voorkomen om zo gezondheids- en milieurisico’s te beheersen. In samenwerking met verschillende overheden heeft de OD NZKG daarom voor acht gemeenten in de OD NZKG-regio een voorbereidingsbesluit bodem opgesteld, evenals voor elke gemeente een ‘Beleidskader bodem onder de Omgevingswet’ dat in principe uitgaat van een beleidsneutrale overgang naar de Omgevingswet. Seveso/RIE4: majeure risicobedrijven volgens Besluit risico’s zware ongevallen en/of de Richtlijn industriële emissies, categorie 4. RIE-overig: minder risicovolle bedrijven, die onder de Richtlijn industriële emissies vallen in de lagere risicocategorieën 1–3. De OD NZKG voert de basistaken VTH voor bouw- en sloopactiviteiten uit waarbij de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland het bevoegd gezag zijn. Dan gaat het om bouwprojecten van provinciaal belang of complexe bedrijven. Daarnaast voert de OD NZKG deze taken uit bij bedrijven in de provincies Flevoland en Utrecht die onder de regelgeving over het voorkomen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen vallen. Het nemen van dit besluit door gemeenten, naar verwachting eind 2023, is van belang, omdat het nieuwe bodembeleid onder de Omgevingswet anders juridische hiaten zou veroorzaken, zoals bijvoorbeeld het niet kunnen eisen van sanering bij een te hoge verontreiniging in de bodem. Dit beleidskader biedt richtlijnen voor de uitvoeringspraktijk binnen gemeenten en dient als gids voor de implementatie onder de Omgevingswet. Het kader legt de nadruk op duurzaam bodembeheer, gaat verder dan enkel milieutechnische zaken, en streeft naar een balans tussen de bescherming van de bodem en multifunctioneel gebruik. Voorlopig zal de OD NZKG de bestaande prioriteringsmethodiek voor bodem (zie bijlage 6) blijven toepassen. Deze methodiek richt zich op het voorkomen van bodemverontreinigingen, het beheer en de sanering van bestaande verontreinigingen, evenals de regulering en het toezicht op het gebruik en hergebruik van bouwmaterialen in of op de bodem. Deze aanpak is in lijn met de doelstellingen van de Omgevingswet, namelijk beschermen en verbeteren bodemkwaliteit (waarborgen kwaliteit leefomgeving). In de komende periode zullen we verdere acties ondernemen om de prioriteringsmethodiek voor bodemtaken die niet aan bedrijven zijn gerelateerd, uit te breiden naar een methode die zowel op risico’s als op specifieke opgaven en bijbehorende doelstellingen is gebaseerd. Bouw Bouw is een plustaak die de OD NZKG (deels) uitvoert voor de gemeente Amsterdam en Haarlemmermeer. Gemeentelijke VTH-beleid/U&H-strategie geldt indien aanwezig voor deze U&H-taken in de fysieke leefomgeving die in de grootstedelijke gebieden van Amsterdam aan de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gemandateerd en voor de plustaken die de Omgevingsdienst namens Haarlemmermeer uitvoert. Daarnaast voert de OD NZKG op offerte-basis gedurende korte of langere tijd VTH-taken uit in opdracht van andere gemeenten. Hiervoor geldt dat de Omgevingsdienst in overleg met gemeente voor de uitvoering van deze taken uitvoeringsaccenten kan aanbrengen. Bijvoorbeeld in het belang van de regionale uniformiteit of vanuit bedrijfsmatige overwegingen. Deze accenten passen binnen de kaders van gemeentelijke beleid en worden vastgelegd in de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten tussen deelnemer en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied’. In de afspraken bij de jaarlijkse uitvoeringsovereenkomsten wordt rekening gehouden met bedrijfsmatige overwegingen van de OD NZKG. Het huidige kader voor bouw kent al een opgavegerichte sturing en is voor nu geactualiseerd en in bijlage 6 bijgevoegd. Bouwtaken kennen ook een eigen dynamiek die verschilt van de milieutaken. De vergunningverlening is primair vraag-gestuurd. Een risicogerichte aanpak wordt gehanteerd via Bouwtoezicht op Maat (BOM). Inhoudelijke belangenafweging wordt gemaakt binnen de wettelijke kaders, die vaak heel strikt zijn. Daar waar bijvoorbeeld in het ruimtelijk domein afwegingen over het toekennen van functies aan locaties in het omgevingsplan moeten worden gemaakt ligt de voorbereiding overwegend bij de thuisorganisatie, waarbij de OD NZKG adviseur is. Ontwikkelopgave is om de samenhang met de ander taken te versterken. Opgavegericht werken biedt hiervoor goede kansen. Voor de niet-basistaken of ‘plustaken’, en voor taken buiten het werkgebied van provincie Noord-Holland, kunnen bestuursorganen van de gemeentes en provincies besluiten om deze strategie van toepassing te verklaren voor (een deel) van die taken. De OD NZKG kiest ervoor om naast de basistaken ook de plustaken integraal mee te nemen in deze strategie en deze maken dus ook onderdeel uit van de prioriteringstabel met name gericht op de samenhang.

Rechtspraak bij dit artikel