Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Jaarstukken, budgetoverhevelingen en resultaatbestemming

Onderdeel van Financiële verordening gemeente Goes – 2023

1.. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Het college biedt dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan de raad aan. Hierbij gelden de volgende criteria: Het moet gaan om een incidenteel budget. Het minimumbedrag is € 25.000 per onderwerp. De met de overheveling gemoeide activiteit is onontkoombaar. Het over te hevelen budget moet worden gedekt door de restant raming op betreffende post. Bij géén of onvoldoende raming wordt niet (of slechts tot het bedrag van de restant raming) overgeheveld. 2.. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college de raad het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 3.. Een deel van het rekeningresultaat van een jaar kan tot stand zijn gekomen doordat werkzaamheden (voor een deel) niet zijn uitgevoerd. Het werk of de activiteit wordt in het volgende jaar alsnog afgerond. Om financiële middelen daarvoor beschikbaar te hebben dient dat specifieke deel van het rekeningresultaat “bestemd” te worden. Voor deze bestemming gelden de volgende uitgangspunten: Voor de bestemmingsvoorstellen die aan de criteria in lid a en b voldoen, kan het college, vooruitlopend op besluitvorming door de raad, starten of doorgaan met de al gestarte werkzaamheden. Aanpassing van de begroting vindt achteraf plaats middels een door de gemeenteraad vast te stellen begrotingswijziging via een separaat voorstel daartoe of bij de behandeling van de jaarrekening. Het restant budget was incidenteel beschikbaar gesteld; Voor de te leveren prestatie is een (contract)verplichting aangegaan, de prestatie vloeit voort uit wet- en regelgeving of vloeit voort uit een eerder genomen raadsbesluit. Als de gemeenteraad niet akkoord gaat met deze voorstellen zullen eventuele aangegane verplichtingen binnen het budget van het volgende begrotingsjaar (jaar t+1) opgevangen moeten worden.

Rechtspraak bij dit artikel