In deze verordening wordt verstaan onder:
1.
(huis)aansluiting
het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met d, van de Wet Waardering Onroerende Zaken, of meteen ander netwerk.
2.
Afgebakend terrein
een terrein met een kunstmatige of natuurlijke afbakening, waarop zich geen verblijfsobjecten bevinden en dat betreedbaar en afsluitbaar is.
3.
Anciënniteitlijst
de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats.
4.
Archeologisch monument
archeologisch monument, als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.
5.
Archeologisch onderzoek
werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld door het college van burgemeester en wethouders en de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
6.
Archeologisch veldonderzoek
inventariserend veldonderzoek en archeologische opgraving conform de eisen van het college en de KNA.
7.
Archeologische waarden
waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die in de ondergrond zitten en die een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling.
8.
Asverstrooiing
het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent.
9.
Bebouwde kom
het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994.
10.
Belanghebbendenplaats
een parkeerplaats die
is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of
gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschriftzone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.
11.
Beschermd monument
(rijks)monument of archeologisch monument dat staat ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister of dat staat ingeschreven in het Rijksmonumentenregister.
12.
Beschermd stad- of dorpsgezicht
een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke en/ of cultuurhistorische waarde, waarin zich al dan niet één of meer monumenten bevinden en welke groep ingevolge deze verordening is opgenomen in het gemeentelijke erfgoedregister.
13.
Beschrijving gemeentelijk monument
een beschrijving betreft een rapportage van de bouwhistorische, architectuurhistorische, stedenbouwkundige, cultuurhistorische en/of archeologische waarden.
14.
Bouwhistorisch onderzoek
rapportage waarin de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk of structuur wordt vastgesteld, dat naar het oordeel van het college voldoet aan de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
15.
Bovengronds cultuurhistorisch onderzoek
onderzoek naar bovengrondse sporen, objecten, patronen en structuren uit het verleden ten einde de cultuurhistorische waarden daarvan te kunnen bepalen/vaststellen.
16.
Bevoegd gezag
het college tenzij een bijzondere wet bepaalt dat er een ander bestuursorgaan is.
17.
Boom
een houtachtig, overblijvende gewas, daaronder mede verstaan minder vitaal of dood gewas, meteen dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
18.
Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
19.
Bromfiets
het geen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
20.
Collectieve festiviteit
Festiviteiten (zoals Carnaval, Koningsnacht, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Kermis, Schuttersfeest, Oudejaarsavond, Nieuwjaarsnacht) die niet specifiek gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. Voor inrichting zie de begripsbepaling in artikel 38 uit hoofdstuk 1.
21.
College
het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar.
22.
Cultuurgoed
roerende zaak die deel uit maakt van het cultureel erfgoed.
23.
Cultureel erfgoed
uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden.
24.
Evenement
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoopvoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet en de begripsbepaling onder 1.1.1.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
de van gemeentewege georganiseerde jaarlijkse kermissen;
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid onder f.
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een optocht, niet zijnde een betoging op een openbare plaats op de weg;
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg.
een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (een klein evenement).
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of –gala’s.
In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij:
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;
het evenement plaatsvindt tussen 10.00 en 23.00 uur;
er geen verkeersmaatregelen vereist zijn, anders dan het onttrekken van parkeerplaatsen en het eventueel afsluiten van een straat met een beperkte verkeersfunctie.
het evenement voldoet aan de risicocategorie 0 ‘te melden evenement’;
Evenementen worden op basis van de uitkomst van een risicoscan ingedeeld in de volgende risicocategorieën:
Te melden evenement (0) ‘Evenement’ waarbij geen risico’s te verwachten zijn voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en die geen maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag.
Regulier evenement (A): ‘Evenement’ waarbij het (zeer) onwaarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Aandachts evenement (B): ‘Evenement’ waarbij het mogelijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Risicovol evenement (C): ‘Evenement’ waarbij het (zeer) waarschijnlijk is dat die gebeurtenis leidt tot risico’s voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu en maatregelen of voorzieningen vergen van het daartoe bevoegd gezag om die dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
25.
Gebouw
Gebouwen zoals bedoeld in bijlage 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
26.
Geluidsgevoelige gebouwen
Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 3.21 Besluit kwaliteit leefomgeving.
27.
Geluidsgevoelige terreinen
locatie die in het omgevingsplan is aangewezen als ligplaats voor woonschepen of als standplaats voor woonwagens.
28.
Gemeentelijk adviescommissie ruimtelijke kwaliteit
de commissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet die naast Rijksmonumenten ook adviseert over gemeentelijke monumenten, (gemeentelijk) beschermde stads- of dorpsgezichten en omgevingsplanactiviteiten.
29.
Gemeentelijk erfgoedregister
de lijst waarop zijn geregistreerd de in overeenstemming met deze verordening als gemeentelijk monument of gemeentelijk cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling aangewezen zaken.
30.
Gemeentelijk monument
monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister.
31.
Grondwater
water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen.
32.
Handelsreclame
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
33.
Houder van inrichting
degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft.
34.
Houtopstand
één of meer bomen, hakhout, een houtwal, meidoornhagen, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg.
35.
Iepenspintkever
het insect, in elk ontwikkelingsstadium, behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.)en Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.
36.
Iepziekte
de aantasting van iepen door de schimmel Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf.
37.
Incidentele festiviteit
Festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen. Voor inrichting zie de begripsbepaling in artikel 38 uit hoofdstuk 1.
38.
Inrichting(en)
Dichtbij elkaar gelegen onderdelen van dezelfde onderneming of instelling met onderlinge technische, organisatorische of functionele bindingen, zijn één inrichting.
39.
Kampeermiddel
Een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
40.
Karakteristiek
een zaak die op basis van het omgevingsplan (voorheen: bestemmingsplan) als zodanig isaangeduid, dan wel een beeldondersteunend object.
41.
Markt
de door het college ingestelde warenmarkt.
42.
Marktmeester
de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.
43.
Monument
een monument zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde.
44.
Motorvoertuig
het geen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
45.
NEN
een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.
46.
Nummeraanduiding
dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, met dien verstande dat deze bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter- of cijfer combinatie [en ook betrekking kan hebben op een afgebakend terrein].
47.
Onder het centrum van Zevenaar
Onder het centrum van Zevenaar wordt verstaan het gebied tussen Kampsingel, Bommersheufsestraat, Schoolstraat, Didamsestraat, Wittenburgstraat, Weverstraat, de Markt, Kerkstraat, Nieuwe Doelenstraat, Molenstraat, Schievestraat en Haspelstraat.
48.
Onversterkt muziek
Muziek die niet elektronisch is versterkt.
49.
Openbaar water
wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.
50.
Openbare plaats
een voor het publiek toegankelijke plaats, waaronder begrepen de weg als bedoeld in artikel 67 uit hoofdstuk 1.
51.
Parkeerapparatuur
parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en het geen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.
52.
Parkeerapparatuurplaats
een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur.
53.
Parkeerschijfzone
een zone als bedoeld in artikel 25 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (blauwe zone).
54.
Parkeren
het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.
55.
Perceel
een onroerende zaak, een stuk grond, al dan niet met bebouwing, die met erf en tuin een eenheid vormt.
56.
RVV 1990
het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
57.
Spoedeisende werkzaamheden
reparatie of onderhoudswerk waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden.
58.
Standplaats
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen, verstrekken of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;
een vaste plaats op een evenement zoals bedoeld artikel 1.1.1 onder 25 van deze verordening.
59.
Standwerken
de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel
60.
Standwerkersplaats
de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken.
61.
Vaste standplaats
de standplaats die voor onbepaalde tijd of een termijn van exact 10 jaar ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder.
62.
Vellen
kappen of rooien, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de waardevolle houtopstand tot gevolg kunnen hebben.
63.
Vergunninghouder
de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
64.
Vergunninghouder- standplaats
degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats.
65.
Voertuig
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens en rolstoelen.
66.
Waardevolle houtopstanden
de als zodanig door het college aangegeven houtopstanden, zoals opgenomen op de lijst van waardevolle houtopstanden.
67.
Weg
het geen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zevenaar 2024