Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10.

Artikel 10.1.1

Toezichthouders

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zevenaar 2024

1.. Het bevoegd gezag wijst de ambtenaren aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. 2.. De marktmeester en de bij besluit van het college aangewezen personen zijn belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.1.1. t/m 3.1.12 van paragraaf 4.1 Markt. 3.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 8.2.1 t/m 8.2.6 (Voorheen verordening naamgeving) is belast de toezichthouder openbare ruimte (inspecteur bouwen). 4.. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens paragraaf 4.2 zijn belast de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren (artikel 8.16 na inwerkintreding Omgevingswet). (Afvalstoffenverordening) 5.. Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening of in de bij deze verordening behorende bijlagen wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. (Voorheen Bouwverordening) 6.. Met de opsporing van de in paragraaf 5.3 strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het wetboek van strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag aangewezen ambtenaren. (Bomen) 7.. De opsporing van de in paragraaf 8.3 (Erfgoed) strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het bevoegd gezag met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. 8.. De ambtenaren bedoeld in lid 8 hebben toegang tot alle beschermde monumenten en archeologisch gevoelige gebieden, voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel