**1..** Het college stelt ten behoeve van de jeugdige op wie een kinderbeschermingsmaatregel van toepassing is, waarbij het voor de voogd waar de jeugdige onder toezicht staat, blijkt dat het duurzaam onmogelijk is om zelf van de onderhoudsplichtige ouders een bijdrage voor zak- en kleedgeld te ontvangen, een vervangende bijdrage ter beschikking gelijk aan maximaal de geldende wettelijke kinderbijslag volgens de Algemene kinderbijslagwet
**2..** Het college toetst de situatie aan de volgende punten:
Het kind staat onder toezicht van een gezinsvoogd en kan niet meer thuis wonen. Een vertegenwoordiger van de plek waar het kind woont heeft minimaal één keer de ouder(s) aangeschreven en deze gewezen op de financiële verantwoordelijkheid en / of;
De ouders kunnen voor minimaal 6 maanden niet voldoen aan hun financiële verantwoordelijkheid. Dit toetst de gemeente aan het gezamenlijk inkomen en vermogen van de ouders en /of;
Het is in het belang van het kind om het contact over de bijdrage met ouders te vermijden en / of;
De ouders wonen op een onbekende plaats.
**3..** De gezinsvoogd vraagt de bijdrage aan. In de aanvraag maakt de gezinsvoogd de situatie duidelijk aan de hand van de punten die in lid 2 worden genoemd.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2.
Artikel 2.2.11.
Regeling zak- en kleedgeld
Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Meppel