Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2.

Artikel 2.2.8

Onderscheid formele en informele hulp

Onderdeel van Verordening Sociaal Domein gemeente Meppel

1.. Bij toekenning van een PGB wordt onderscheid gemaakt tussen formele- en informele hulp. 2.. Als formele hulp kwalificeren aanbieders van professionele jeugdhulp die: Niet door toezichthouders zijn gesignaleerd wegens het verlenen van ondeskundige zorg, handelen in strijd met de wet, misleiding, fraude of uitbuiting van het personeel; Een kwaliteitszorgsysteem hanteren, waarbij onder andere de cliënttevredenheid wordt getoetst; Aangesloten zijn bij een professioneel collectief; Een duidelijke regeling voor hulpverlening in periode van ziekte of vakantie hanteren; Verzekerd zijn voor beroepsaansprakelijkheid/bedrijfsaansprakelijkheid voor minimaal €1.250.000,-- per gebeurtenis en €2.500.000,-- per jaar; Voldoen aan specifieke opleidingseisen gericht op het verlenen van jeugdhulp; Beschikken over een adequate klachtenregistratie; Zich richting de belastingdienst gedragen als een zelfstandig ondernemer blijkend uit een of meer aangiften inkomstenbelasting over de afgelopen drie jaar. Beschikken over een inschrijving in de Kamer van Koophandel als aanbieder gericht op het leveren van jeugdhulp; Een verklaring omtrent het gedrag (VOG), niet ouder dan drie maanden, kunnen overleggen volgens het screeningsprofiel “(gezins) voogd bij voogdij instellingen, reclasseringsmedewerker, raadsonderzoeker en maatschappelijk werker; Zijn geregistreerd in het beroepsregister jeugd (SKJ) of BIG; 3.. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. 4.. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 2, is sprake van informele hulp.

Rechtspraak bij dit artikel