Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Zelfbewoningsplicht en verkoopverbod betaalbare woningen tot NHG-prijsgrens

Onderdeel van Beleidsregels Zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding Gemeente Stede Broec

1.. De initiatiefnemer verbindt zich tegenover de gemeente om bij uitgifte van de woningen aan de koper de volgende verplichtingen op te leggen: De koper is verplicht gedurende 5 jaren vanaf de datum van voltooiing van de woning uitsluitend zelf met zijn eventuele gezinsleden te bewonen. Het is de koper, wanneer de grond waarop de woning is gebouwd door de gemeente met korting is verkocht, gedurende de in lid a van dit artikel gestelde termijn vanaf de datum van voltooiing van de woning, niet toegestaan de woning in juridische of economische eigendom over te dragen dan wel te bezwaren met een persoonlijk recht of beperkt zakelijk recht. De vestiging van een recht van hypotheek wordt hieronder niet begrepen. Als ingangsdatum van de termijn van voltooiing van de woning zoals bedoeld in lid a en b geldt de datum waarop de koper als bewoner van het desbetreffende adres in de Basisregistratie Personen (BRP) is ingeschreven. Bij verhuur van de woning door de koper binnen 5 jaren vanaf voltooiing van de woning, is de koper aan de gemeente een boete van € 50.000 (zegge: vijftigduizend euro) verschuldigd. Bij overdracht van de woning door de koper, wanneer de grond door de gemeente met korting is verkocht, binnen een termijn van 5 jaren vanaf voltooiing van de woning, is de koper aan de gemeente een percentage van winstafdracht verschuldigd ter hoogte van het verschil tussen oorspronkelijke v.o.n.-prijs en de uiteindelijke verkoopprijs. 1e jaar: 100% winstafdracht 2de jaar: 80% winstafdracht 3de jaar: 60% winstafdracht 4de jaar: 40% winstafdracht 5de jaar: 20% winstafdracht Vanaf het zesde jaar hoeft er geen winstafdracht afgedragen te worden. Indien de koper voor eigen rekening voorzieningen in of aan het verkochte heeft aangebracht na de overdracht aan hem, zal er daarmee bij de bepaling van de winst rekening worden gehouden. Als winstafdracht zal dan worden aangemerkt het positieve verschil tussen de gecorrigeerde doorverkoopprijs en de v.o.n.-prijs waarvoor de woning is verworven. Met de hiervoor bedoelde voorzieningen wordt gedoeld op voorzieningen die duurzaam aan de woning zijn verbonden, zoals: zonnepanelen, uitbouw en dakkapel. Indien bij de doorverkoop van de woning voor het berekenen van de (overdracht)belasting een hoger bedrag wordt aangehouden dan de in de overdrachtsakte genoemde verkoopprijs, wordt dat hogere bedrag als doorverkoopprijs van de woning beschouwd. De koper is verplicht de op basis van het bovenstaande vast te stellen winstafdracht aan de gemeente af te dragen op de datum van de doorverkoop (de datum van notariële akte van levering). 2.. Het voorgaande (lid 1) is niet van toepassing in geval van: overlijden van de koper of één van zijn gezinsleden; verkoop op grond van een machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 3:174 BW; executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers als bedoeld in artikel 3:268 BW. 3.. Het college van burgemeester en wethouders kunnen na schriftelijk verzoek ontheffing verlenen aan het bepaalde in lid 1. Deze ontheffing wordt verleend, mits de uiteindelijke koper de daartoe relevante schriftelijke bewijzen kan overleggen, in het geval van: verandering van werkkring van de koper of van diens partner op grond waarvan redelijkerwijs verhuisd dient te worden; ontbinding van het huwelijk van de koper door echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap; wegvallen van het inkomen; verhuizing waartoe genoodzaakt door de gezondheid van de uiteindelijke koper of één van zijn gezinsleden; andere bijzondere en klemmende omstandigheden. 4.. Aan de ontheffing bedoeld in lid 3 kunnen door burgemeester en wethouders nadere voorwaarden worden verbonden. 5.. De verplichting als bedoeld in lid 1 zal als kwalitatieve verplichting dan wel kettingbeding/derdenbeding worden vastgelegd, zodat niet alleen de koper daaraan is gebonden, maar ook (indien van toepassing) zijn rechtsopvolger(s) en diegenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen. 6.. Indien de initiatiefnemer dan wel zijn rechtsopvolger het bepaalde in lid 1 en lid 5 niet of onvoldoende nakomt, is de initiatiefnemer respectievelijk de rechtsopvolgende verkrijger direct op eerste aanzegging een boete verschuldigd van € 50.000,-- (zegge: vijftigduizend euro) per woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel