Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Onderzoek

Onderdeel van Integrale Verordening Jeugdhulp en Wmo Gemeente Houten 2024

1.. De professional van het Sociaal Team Houten start namens het college na de aanvraag Jeugdhulp of melding van de hulpvraag Wmo het onderzoek en maakt zo spoedig mogelijk met de inwoner een afspraak voor een gesprek. 2.. Het college verzamelt de gegevens over de situatie van de inwoner die nodig zijn voor het onderzoek. Als het gaat om gegevens die het college niet zelfstandig of zonder toestemming kan inzien of verkrijgen, dan vraagt de professional van het Sociaal Team Houten namens het college aan de inwoner om die gegevens binnen een bepaalde termijn te leveren of vraagt de professional om toestemming om deze op te vragen bij derden. Bij de uitnodiging voor het gesprek wordt duidelijk gemaakt welke gegevens dat zijn. De inwoner verstrekt in ieder geval inzicht in de woonsituatie, de hulpvraag en wanneer van toepassing de daarbij behorende hulpverleningsgeschiedenis en huidige hulpverlening, zodat op juiste wijze beoordeeld kan worden welke ondersteuning passend is. 3.. Als de inwoner een persoonlijk plan of familiegroepsplan heeft gemaakt, wordt deze bij het onderzoek betrokken. 4.. Het college kan afzien van een gesprek als: de hulpvraag van de inwoner voldoende bekend is, en; er sinds een eerdere aanvraag voor jeugdhulp of melding van de hulpvraag Wmo geen relevante wijzigingen zijn geweest in de situatie van de inwoner, en; inwoner daarmee instemt. Als er sprake is van een spoedeisend geval zoals staat beschreven in artikel 2.7. 5.. Bij de start van het gesprek identificeert de inwoner zich met een geldig identiteitsbewijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht, tenzij de identiteit al bij de betrokken professional van het Sociaal Team Houten bekend is. 6.. Het college onderzoekt indien nodig in een gesprek tussen de inwoner en eventuele andere betrokkenen: de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de inwoner en in het geval van een jeugdige ook zijn ouders. Indien er een jeugdige betrokken is, ook de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige; de hulpvraag, oftewel welke problemen of beperkingen worden ervaren, de beoogde oplossing en het gewenste resultaat; de aard en de omvang van de ondersteuning die nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving; de mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of door gebruikmaking van een of meerdere algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzieningen een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit het sociale netwerk een oplossing voor de hulpvraag te vinden; de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de inwoner; welke bijdrage in de kosten de inwoner verschuldigd is, indien een maatwerkvoorziening Wmo als mogelijke oplossing voor zijn/haar hulpvraag wordt overwogen. de mogelijkheid om te kiezen voor een pgb wanneer een maatwerkvoorziening als mogelijke oplossing voor zijn/haar hulpvraag wordt overwogen. Hierbij wordt de inwoner in begrijpelijke bewoordingen ingelicht over de gevolgen van die keuze, de werkwijze bij het pgb en de daaraan verbonden rechten en plichten. hoe bij de oplossing voor zijn/haar hulpvraag zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de inwoner. 7.. Het college kan een onafhankelijk, specifiek deskundig oordeel en advies inwinnen als het onderzoek dit vereist. 8.. Het college kan nadere regels stellen voor het doen van onderzoek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel