Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Algemene toekenningscriteria maatwerkvoorziening

Onderdeel van Integrale Verordening Jeugdhulp en Wmo Gemeente Houten 2024

1.. Het verslag van het onderzoek, Plan van Aanpak, wordt als uitgangspunt genomen voor beoordeling van de hulpvraag. Op basis van het onderzoek wordt door het college besloten tot het al dan niet toekennen van een maatwerkvoorziening. 2.. Het college kent een maatwerkvoorziening toe, als uit het onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening nodig is, gezien de aard en ernst van de hulpvraag. De hulpvraag van een inwoner is in die gevallen niet op te lossen of te verminderen door de inzet van: eigen kracht; gebruikelijke hulp; mantelzorg; andere personen uit het sociale netwerk; hulp van vrijwilligers; algemeen gebruikelijke voorzieningen; algemene voorzieningen in het kader van de Jeugdwet of Wmo 2015; andere voorzieningen, waaronder in ieder geval, maar niet uitsluitend: voorzieningen vanuit de Zorgverzekeringswet voorzieningen vanuit de Wet Langdurige Zorg voorzieningen vanuit de Wet Passend Onderwijs voorziening vanuit de Participatiewet 3.. De maatwerkvoorziening levert een passende en doeltreffende bijdrage aan dat de inwoner zoveel mogelijk zelfredzaam is, kan deelnemen in de maatschappij en jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien. 4.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, kiest het college de goedkoopste, adequate, tijdig beschikbare voorziening. 5.. Bij het inzetten van een maatwerkvoorziening gaan we uit van gecontracteerde aanbieders. 6.. Het college kan besluiten om aangevraagde, niet bewezen effectieve voorziening niet toe te kennen als er een maatwerkvoorziening beschikbaar is die wel bewezen effectief is en antwoord geeft op dezelfde hulpvraag. In dat geval verstrekt het college de bewezen effectieve maatwerkvoorziening. 7.. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening wordt zo goed mogelijk rekening gehouden met de godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en culturele achtergrond van de inwoner. 8.. Als een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze alleen verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven: tenzij die voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen; tenzij de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of tenzij objectief is aangetoond dat de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de hulpvraag. 9.. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de algemene toekenningscriteria.

Rechtspraak bij dit artikel