**1..** Aanvullend op het voorgaande artikel, geldt dat het college geen maatwerkvoorziening Wmo wonen toekent, als:
de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd voor een verblijf dat niet bedoeld is voor permanente bewoning, zoals bijvoorbeeld een hotel/pension; trekkerswoonwagen; gehuurde kamer; tweede woning; vakantie- of recreatiewoning;
de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd voor een gemeenschappelijke ruimte, tenzij de voorziening bijdraagt aan de toegankelijkheid van die ruimte voor individueel geval;
de aangevraagde maatwerkvoorziening het uitrustingsniveau van sociale woningbouw overstijgt;
er sprake is van achterstallig onderhoud en daarmee sprake is van een algemeen gebruikelijke renovatie;
de noodzaak van de maatwerkvoorziening het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. Of wanneer er naar oordeel van het college geen andere belangrijke reden voor de verhuizing bestond, of
de inwoner niet is verhuisd naar een woning die op dat moment het meest geschikt was ten aanzien van de beperkingen van de inwoner, tenzij hiervoor schriftelijke toestemming is gegeven door het college.
**2..** Bij het beoordelen van een aanvraag voor een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ kan het primaat van verhuizen worden toegepast.
**3..** Voor het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Huishouden’ stelt het college nadere regels ten aanzien van het normenkader.
**4..** Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’ wordt rekening gehouden met verplaatsingen op basis van ondersteuningsbehoefte, tot maximaal 1.500 kilometer per jaar, in de directe woon- en leefomgeving van de inwoner.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Aanvullende criteria maatwerkvoorziening Wmo 2015
Onderdeel van Integrale Verordening Jeugdhulp en Wmo Gemeente Houten 2024