Naast de realisatiecijfers wordt ook rekening gehouden met signalen van het COA over omkoppelingen of ver oplopende gemiddelde wachttijden tussen koppeling aan gemeente en moment van huisvesting3Wanneer de huisvestingstermijn van een vergunninghouder wordt overschreden, wordt de vergunninghouders omgekoppeld naar een andere gemeenten waar wel een woning beschikbaar is. . Deze criteria worden door het COA gehanteerd bij het aanmerken van een gemeente als ‘stapelgemeente’, en informatie hierover wordt door het COA aan de toezichthouder verstrekt. Zowel de signalen over omkoppelingen als de aanmerking ‘stapelgemeente’ hebben geen invloed op de inschaling op de interventieladder, maar zijn voor de toezichthouder een belangrijk signaal dat de huisvesting van vergunninghouders niet goed verloopt. Dit signaal wordt meegenomen in het contact met de gemeenten.
Omkoppelingen vinden plaats wanneer een vergunninghouder te lang op een woning wacht in de gemeente waarin hij is gekoppeld. Het COA kan de vergunninghouder aan een andere gemeente koppelen die tijdiger voor huisvesting kan zorgen.
Een stapelgemeente is een gemeente waarbij de gemiddelde wachttijd van gekoppelde vergunninghouders in fase 2 (gemeente zoekt geschikt woning voor aan hen gekoppelde vergunninghouder) langer dan 120 dagen bedraagt4Meer informatie over de drie fasen van huisvesting van vergunninghouders is te vinden in de Handreiking huisvesting vergunninghouders van de VNG.. Bij het bepalen van het gemiddeld aantal dagen wordt geen rekening gehouden met grote gezinnen (8 personen of meer) en niet met personen of gezinnen waarvoor op medische gronden de huisvesting aan specifieke vereisten moet voldoen (denk aan woningaanpassingen op medische indicaties).
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2
Artikel 2.2.1
Signalen van trage huisvesting
Onderdeel van Aanvullend beleidskader interbestuurlijk toezicht huisvesting vergunninghouders provincie Utrecht 2024