Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.2.

Artikel 5.2.2.

Dakkapel

Onderdeel van Welstandsnota Goes 2016

Objectbeschrijving Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap van een gebouw, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar oppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn in het algemeen een ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak. Desondanks zijn dakkapellen, als ze zichtbaar zijn, voor het straatbeeld zeer bepalend. Welstandscriteria Deze criteria komen aan de orde als het bouwplan niet vergunningvrij is. Het bestemmingsplan en de beleidsregels voor afwijking van het bestemmingsplan treden in eerste instantie regelend op voor wat betreft situering en maximale afmetingen. Als het bouwplan niet voldoet aan deze criteria of als er sprake is van een specifiek object dan kan het ambtelijk kwaliteitsteam het bouwplan beoordelen aan de hand van de algemene, de gebiedsgerichte en/of de objectgerichte welstandscriteria. Plannen in, aan, op of bij een beschermd monument en plannen gelegen in een beschermd stads- of dorpsgezicht worden voorgelegd aan de monumentencommissie. dakkapel voordakvlak dakkapel zijdakvlak gekeerd naar openbaartoegankelijkgebied Algemeen Op een bouwblok herhaling van gelijke dakkapellen qua plaatsing, maatvoering, vormgeving, materiaal- en kleur. Op het voordakvlak: niet meer dan één dakkapel; geen dakkapel bij een dakhelling flauwer dan 30°. Plaatsing en maatvoering Bij meerdere dakkapellen op het dakvlak regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar. Op een mansardedak alleen in het onderste deel van het dakvlak, met de bovenkant gelijnd aan de knik in het dakvlak. Onderzijde meer dan 0.50 m. en minder dan 1.00 m. boven de dakvoet. Bovenzijde meer dan 0.50 m. onder de daknok. Uitzondering mogelijk voor plaatsing in het achterdakvlak. Tenzij er sprake is van één gekoppelde dakkapel zijkanten meer dan 0.50 m. uit zijkant dakvlak. Bij hoekkepers gemeten vanaf het hoogste punt. Op het zijdakvlak afstand vanaf voorgevel minimaal 1.00 m. Op achterdakvlak of zijdakvlak niet gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied hoogte maximaal 1.75 m. gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeibord of daktrim. In beschermde en bijzondere welstandsgebieden op voordakvlak of zijdakvlak gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied: breedte maximaal 30 % van breedte dakvlak, met een maximum van 3.00 m.; hoogte maximaal 1.50 m. gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeibord of daktrim. In overige welstandsgebieden op voordakvlak of zijdakvlak gekeerd naar openbaar toegankelijk gebied: breedte maximaal 50 % van breedte dakvlak, met een maximum van 3.50 m.; hoogte maximaal 1.75 m. gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeibord of daktrim. Vormgeving Plat dak. Bij een dakhelling groter dan 45° desgewenst een aangekapte dakkapel op het achter- of zijdakvlak. Op het voordakvlak in lijn met geleding/indeling voorgevel. Bij gekoppelde dakkapel gelijke detaillering en kozijnen. Detaillering overeenkomstig het hoofdgebouw. Kleur en materiaal Overeenkomstig het hoofdgebouw. Zijwanden ondoorzichtig en in een donkere kleur of gelijk aan de kleur van het dakvlak. Geen opvallend en/of contrasterend kleur-gebruik.

Rechtspraak bij dit artikel