In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtig opgaand gewas zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In afwijking van deze minimale dwarsdoorsnede geldt geen minimale dwarsdoorsnede bij toepasbaarheid van artikelen 8, 9 en 11, 12 en 13 van deze verordening.
houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van een bomenstructuur.
bomenstructuur: lijnvormige beplanting van houtopstanden die een functioneel geheel vormt en die op de Groene Kaart is opgenomen.
bospercelen: vlakvormige percelen met beplanting van houtopstanden die op de Groene Kaart zijn opgenomen.
waardevolle boom: solitaire boom, of in groepsverband, die voldoet aan de gemeentelijke criteria voor waardevolle boom.
monumentale boom: solitaire boom, of in groepsverband, die is opgenomen in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de Bomenstichting, of die voldoet aan de gemeentelijke criteria voor monumentale boom.
beschermde houtopstand: een houtopstand die is vastgelegd op de Groene Kaart.
Groene Kaart: topografische kaart met daarop aangegeven bomenstructuren, bospercelen, waardevolle bomen en monumentale bomen, met bijbehorend register.
vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, de ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
dunning: een velling uitsluitend bedoeld als verzorgingsmaatregel ter bevordering van groei van overblijvende houtopstand.
boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.
Bomen Effect Analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor een boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet.