Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12

Artikel 12.4

Overgangsrecht

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Zwijndrecht

De Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zwijndrecht zoals vastgesteld op 25 januari 2022 en de Verordening Algemene voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zwijndrecht zoals vastgesteld op 10 december 2019, worden ingetrokken met ingang van de inwerkingtreding van deze verordening, en met dien verstande dat zij van toepassing blijven ten aanzien van een op grond daarvan genomen besluit totdat het college, onder intrekking van dit besluit, een nieuw besluit op grond deze verordening heeft genomen. In afwijking van het eerste lid worden artikel 10.1, artikel 10.2 en artikel 5.2 lid 2 van de Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke Zwijndrecht zoals vastgesteld op 25 januari 2022, ingetrokken met ingang van 1 januari 2024. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke Zwijndrecht zoals vastgesteld op 25 januari 2022 en/of op grond van de Verordening Algemene voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zwijndrecht zoals vastgesteld op 10 december 2019, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten genomen op grond van de Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden worden afgehandeld op grond van de Verordening maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zwijndrecht zoals vastgesteld op 25 januari 2022 en de Verordening Algemene voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Zwijndrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel