Het college kent geen vervoersvoorziening toe als
de cliënt redelijkerwijs in staat is zelfstandig het openbaar vervoer te bereiken en te gebruiken of dit (opnieuw) aan kan leren of
de cliënt door gebruik van de in hoofdstuk 3 genoemde algemene vervoersvoorzieningen in zijn vervoersbehoefte kan voorzien.
Een te verstrekken maatwerkvoorziening voor vervoer ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid en/of participatie stelt de cliënt in staat zich lokaal te verplaatsen met een omvang van maximaal 1500 kilometer per jaar.
Bij het verstrekken van een vervoersvoorziening kan het college het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur hanteren.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.8
Vervoer
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Zwijndrecht