Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.1

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Regeling budgetbeheer 2019

Apparaatskosten: Alle personele - en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de gemeentelijke organisatie behoudens de kosten van het bestuur waaronder in ieder geval gerekend: alle loonkosten voor het ambtelijk apparaat, kosten voor inhuur, ICT kosten, huisvestings- en facilitaire kosten en kapitaallasten (afschrijvingen en rente, echter alleen voor zover deze betrekking hebben op investeringen voor het laten functioneren van de gemeentelijke organisatie). Begrotingsactiviteit: Directe of indirecte werkzaamheden die door organisatie eenheden worden verricht om een begrotingsdoel te realiseren. Budget: Een ter beschikking gesteld bedrag aan een hoofdbudgethouder in de vorm van een raming van een kosten- en/of opbrengstensoorten voor de uitvoering van de hem toegewezen activiteiten. Budgethouder: De functionaris die bij of krachtens de budgethoudersregeling namens de gemeente Amsterdam bevoegd is tot het aangaan van een financiële verplichting of het verzekeren van een geraamde inkomst. College: College van burgemeester en wethouders. Gemeentesecretaris: Gemeentesecretaris, tevens in zijn hoedanigheid van Algemeen Directeur. Compensatie: Het aanpassen van een budget voor baten of lasten onder gelijktijdige aanpassing van één of meer andere budgetten voor baten of lasten zonder dat het begrotingssaldo daardoor wijzigt. Formatie: De voor de taakuitvoering totaal beschikbaar gestelde formatieplaatsen uitgedrukt in Fte. Tot de formatie behoren niet boventalligen, politieke ambtsdragers, raadsleden, voormalig personeel, vrijwilligers, oproepkrachten, stagiairs, wachtgelders en (B)WW-ers. Formatiebudget: De beschikbare budgetten voor loonkosten afgeleid van de toegestane formatie op basis van normbedragen. Hoofdbudgethouder: De functionaris die bij of krachtens de budgethoudersregeling is aangewezen als hoofdbudgethouder. Incidentele baten en lasten: Baten en lasten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om zaken met het karakter van tijdelijkheid of projecten met een eindig doel. Als tijdelijkheid geldt een maximale termijn van vier jaar. Kosten- of opbrengstensoort: De uitsplitsing van baten en lasten naar aard of soort conform het Amsterdams rekening schema Onverdeeld budget: Een budget van een organisatie eenheid dat nog moet worden opgesplitst naar de juiste kosten en/of opbrengstensoorten. Organisatie eenheid: Een gemeentelijke organisatie die deel uitmaakt van het concern gemeente Amsterdam. Overige bestemmingsreserve: Een door de raad gevormde of te vormen bestemmingsreserve die standaard binnen een periode van maximaal twee jaar besteed dient te zijn. Portefeuillehouder: Het lid van het college of gezamenlijk met een ander lid van het college inhoudelijk verantwoordelijk voor een programma of een programma onderdeel. Programmakosten: Ten laste van de exploitatie komende kosten die direct voor programma’s (zullen) worden gemaakt. Hieronder worden begrepen verstrekking van subsidies en andere inkomensoverdrachten, onderhoud van de openbare ruimte, investeringen in en onderhoud van overige niet voor eigen gebruik bestemde kapitaalgoederen en verder overige kosten die NIET gemaakt worden ten behoeve van het eigen apparaat. Programmaonderdeel: Een onderdeel van het programma waarbij door de raad geformuleerde doelstellingen worden beschreven in termen van beoogde effecten en de te bereiken resultaten. Reserve: Een door de raad ingestelde overige bestemmingsreserve of systeemreserve. Stelpost, karakter: een stelpost heeft een centraal karakter als deze nog niet is verdeeld naar organisatie eenheden en een decentraal karakter als deze wel is verdeeld naar organisatie eenheden. Stelpost, structureel: Lasten waarvan het bestedingsdoel bekend is en die jaarlijks op basis van de verwachte kosten worden verdeeld. Een structurele stelpost heeft altijd een centraal karakter. Stelpost, overig: Tijdelijke baten of lasten die nog verdeeld moeten worden. Overige stelposten kunnen een centraal of decentraal karakter hebben. Structurele baten en lasten : Baten en lasten die in de begroting, meerjarenraming en jaarrekening voor onbepaalde tijd zijn opgenomen. Voor structurele baten en lasten geldt dat zij opgenomen blijven tot in nadere besluitvorming anders wordt beslist. Systeemreserve: Een door de raad aangewezen bestemmingsreserve met een onbepaalde instellingsduur. Om een bestemmingsreserve aan te kunnen wijzen als systeemreserve is het noodzakelijk dat de raad, al dan niet voorgeschreven door hogere regelgeving, een specifieke invulling geeft aan de toepassing van het budgetrecht door: 1. een specifieke werkwijze te bepalen voor dotaties en onttrekkingen en 2. specifiek te benoemen welke lasten of baten of het saldo daarvan daarbij in aanmerking moeten worden genomen en 3. specifiek te bepalen hoe verwerking van de mutaties in de jaarrekening dient plaats te vinden, ook al leidt dat tot afwijking van begrote bedragen. Uitbesteding: Het laten verrichten van bedrijfsactiviteiten door een dienstverlenende onderneming of toeleverancier. Uitbestede werkzaamheden zijn programmakosten.

Rechtspraak bij dit artikel