Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.2

Artikel 5.

Bijzondere bepalingen ten aanzien van formatiebudgetten

Onderdeel van Regeling budgetbeheer 2019

1.. Een hoofdbudgethouder voert budgetbeheer ten aanzien van de formatie en de formatiebudgetten waarmee bereikt wordt dat: de formatie juist en volledig is afgeleid van de in de programmabegroting vastgestelde beoogde doelen en de voor de organisatie eenheid daarmee samenhangende taken; de formatiebudgetten juist en volledig zijn gebaseerd op de ter beschikking staande formatie; de formatiebudgetten juist worden toegerekend aan de begrotingsactiviteiten. 2.. Wijzigingen in de begroting voortvloeiend uit overdrachten van formatieplaatsen waarvoor voorafgaande instemming voor de organisatorische wijziging nodig is van de bestuurder (als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden) of het college kunnen niet eerder worden ingediend dan nadat deze instemming is verkregen. 3.. Een onderschrijding op het formatiebudget als gevolg van vacatures mag uitsluitend aangewend worden voor inhuur van derden of voor de uitbesteding van werkzaamheden die normaliter door de bezetting op de formatie worden uitgevoerd. 4.. Wijziging van het formatiebudget als gevolg van een door de hoofdbudgethouder gewenste groei van de formatie behoeft voorafgaande toestemming van de gemeentesecretaris. 5.. Een hoofdbudgethouder kan binnen zijn organisatie eenheid zelfstandig overhevelingen van formatiebudgetten tussen begrotingsactiviteiten doorvoeren mits die blijven binnen een begrotingsdoel, budgettair neutraal zijn en er geen sprake is van een organisatorische wijziging waarvoor instemming van de bestuurder of het college vereist is.

Rechtspraak bij dit artikel