Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.3

Artikel 7.

Indienen compenserende en andere begrotingsmutaties

Onderdeel van Regeling budgetbeheer 2019

1.. Per planning & control moment, het jaarverslag daarvan uitgezonderd, wordt bepaald aan welke eisen begrotingsmutaties moeten voldoen. 2.. Een hoofdbudgethouder initieert de gewenste en toegestane begrotingsmutaties als bedoeld in het eerste lid. 3.. Een hoofdbudgethouder meldt voorziene begrotingsover- of onderschrijdingen eerder aan de portefeuillehouder(s) als: de invloed op een individueel doel meer bedraagt dan 10% van de raming met een minimum van € 500.000 of er sprake is van een calamiteit of anderszins vermoed kan worden dat acute bestuurlijke betrokkenheid vereist is of aanpassing van budget(ten) zodanig urgent is dat deze geen uitstel duldt vanwege de uitvoering van de activiteiten. 4.. Een hoofdbudgethouder meldt bij het eerstvolgende rapportagemoment in de planning en control cyclus en ook eerder als de omvang en urgentie dat vereist aan een portefeuillehouder afwijkingen die in financiële zin binnen de begroting blijven, maar waarbij minder prestaties zijn of zullen worden geleverd dan afgesproken in de begroting.

Rechtspraak bij dit artikel