**1..** Het college kan een uitstroompremie toekennen aan de inwoner met een langdurig minimuminkomen die voor een periode van ten minste drie maanden is uitgestroomd naar betaald werk.
**2..** Onder een inwoner als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan:
de uitkeringsgerechtigde die direct voorafgaand aan de werkaanvaarding gedurende een aaneengesloten periode van ten minste 36 maanden recht had op een uitkering ingevolge de PW, IOAW of IOAZ;
de niet-uitkeringsgerechtigde die het jaar voorafgaand aan de werkaanvaarding een individuele inkomenstoeslag heeft ontvangen.
**3..** Onder uitstroom naar betaald werk wordt, voor de toepassing van dit artikel, verstaan: het door werkaanvaarding verkrijgen van een inkomen hoger dan de bijstandsnorm.
**4..** De hoogte van de uitstroompremie bedraagt:
€ 350,- voor een alleenstaande;
€ 450,- voor een alleenstaande ouder;
€ 500,- voor gehuwden.
Deze bedragen zijn gelijk aan de hoogte van de individuele inkomenstoeslag.
**5..** Mits aan de voorwaarden is voldaan, wordt de uitstroompremie toegekend:
aan de voormalig uitkeringsgerechtigde: ambtshalve drie maanden na de werkaanvaarding;
aan de niet uitkeringsgerechtigde: op aanvraag. De aanvraag wordt vanaf de vierde maand, maar uiterlijk vóór de zevende maand na werkaanvaarding ingediend.
**6..** Geen recht op de uitstroompremie bestaat als:
de inwoner binnen een periode van 12 maanden voorafgaand aan de uitstroom naar betaald werk al een uitstroompremie heeft ontvangen;
de uitkeringsgerechtigde de inlichtingenplicht heeft geschonden met betrekking tot de werkaanvaarding of de daaruit ontvangen inkomsten.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 2.2.16
Uitstroompremie
Onderdeel van Verzamelverordening Inkomensondersteuning, re-integratie en participatie 2023