(artikel 4.9 en 4.11 Wmo-verordening 2015)
Inleiding
Leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving
Compensatie voor langdurige beperkingen bij het lokaal verplaatsen van personen is gericht op het sociaal vervoer, ook wel vervoer in het kader van het leven van alledag in de directe woon- of leefomgeving genoemd. Het gaat in beginsel om verplaatsingen die de gemiddelde Nederlander in zijn of haar eigen woonomgeving maakt, zoals vervoer om boodschappen te doen, vrienden en familie te bezoeken, vervoer naar clubs en sociaal-culturele instellingen.
De directe woon- of leefomgeving is de wijk of het stadsdeel waarin de persoon met beperkingen woont. Sociale bestemmingen buiten het eigen stadsdeel maar binnen Amsterdam kunnen ook in de directe woon- of leefomgeving vallen als deze bestemmingen dichterbij niet voorkomen en voor de aanvrager aantoonbaar van belang zijn voor het leven van alledag. Een voorbeeld hiervan is familie en vrienden bezoeken die aan de andere kant van de stad wonen. Vervoer naar nog verder weggelegen bestemmingen valt onder verantwoordelijkheid van het Rijk en wordt uitgevoerd door Valys.
Uitgangspunt is dat de Amsterdammer 1.500 kilometer in zijn directe woon- en leefomgeving kan afleggen.
Wegingsfactoren
Wanneer een persoon met beperkingen in overwegende mate en langdurig niet kan deelnemen aan het leven van alledag kan een Wmo vervoersvoorziening die sociale participatie bewerkstelligt verstrekt worden. Een verstrekking hoeft niet geheel tegemoet te komen aan de vervoersbehoefte van de aanvrager. Het is aanvaardbaar dat de aanvrager zich ook enige beperkingen getroost en zijn vervoerspatroon en de vervoersbehoefte aanpast aan zijn mogelijkheden. Door het uitblijven van een verstrekking mag de aanvrager echter niet in een sociaal isolement terecht komen.
Bij het vaststellen of iemand in aanmerking komt voor een Wmo vervoersvoorziening wordt rekening gehouden met:
de individuele vervoersbehoefte van de aanvrager aan sociaal-recreatieve activiteiten;
de beperkingen van de aanvrager;
de mogelijkheid om op andere wijze geheel of gedeeltelijk in die vervoersbehoefte te voorzien.
de mogelijkheid van de aanvrager om op een verantwoorde wijze gebruik te maken van een vervoersvoorziening;
Ad a. Individuele vervoersbehoefte
Bij het vaststellen van de individuele vervoersbehoefte wordt gekeken naar vervoersdoelen, de hiervoor af te leggen afstanden en de frequentie waarin ze worden bezocht. Deze aspecten zijn van belang enerzijds om te kunnen bepalen of de vervoersbehoefte in relatie staat tot sociale participatie en op grond daarvan al dan niet onder de Wmo valt; anderzijds om te bepalen welke vervoersvoorziening de goedkoopst adequate en meest proportionele voorziening is
Ad b. Beperkingen
De beperkingen moeten de aanleiding zijn voor het vervoersprobleem. De beperkingen moeten blijvend of langdurig aanwezig zijn en dit moet medisch zijn vastgesteld. Dit is nodig omdat alleen nadat gebleken is dat het fysieke of psychische probleem niet (verder) door behandeling kan worden opgelost, vastgesteld kan worden of een vervoersvoorziening - en zo ja welke - langdurig noodzakelijk zal zijn.
Ad c. Voorliggende oplossingen
Voorliggende oplossingen die aan de orde komen zijn andere wet- en regelgevingen, oplossingen die de aanvrager zelf zonder meerkosten kan bewerkstelligen (zoals de aanwezigheid van een eigen vervoermiddel, mogelijkheden in het sociale netwerk, algemeen gebruikelijke voorzieningen, waarvan in ieder geval het openbaar vervoer, daarin begrepen OV-reisassistentie en de OV-coach. Van verwijzing naar andere wet en regelgeving kan sprake zijn als (een deel van) de vervoersbehoefte geen betrekking heeft op sociaal vervoer. Voorbeelden hiervan zijn woon-werk verkeer en vervoer van en naar school (leerlingenvervoer).
Als na de weging van voorliggende oplossingen een sociale vervoersbehoefte resteert waarin niet wordt voorzien dan biedt het college hiervoor compensatie door het verstrekken van de goedkoopst adequate voorziening
Ad d. Gebruik
Bij het vaststellen van de goedkoopst adequate voorziening, wordt ook gekeken naar de mogelijkheid van de aanvrager om van de beoogde voorziening op een verantwoorde wijze gebruik te maken. Problemen in bijvoorbeeld de waarneming en/of de motoriek kunnen dusdanig van invloed zijn op de rijgeschiktheid, dat toekenning van een voorziening niet verantwoord is.
Leven van alledag: de weging van verschillende vervoersdoelen
a. Doen van boodschappen
Als een persoon met beperkingen problemen heeft met het doen van boodschappen zijn er binnen de Wmo voorzieningen van de verordening twee oplossingsrichtingen: hulp bij het huishouden of een vervoersvoorziening. Een vervoersvoorziening als oplossingsrichting komt in beeld als er sprake is van langdurige noodzaak en het doen van boodschappen voor de persoon met beperkingen belangrijk is voor zijn sociale participatie.
b. Recreatief vervoer en buiten zijn
Als recreatief vervoer of het buiten zijn voor de persoon met beperkingen deel uitmaakt van het leven van alledag, wordt met dit vervoersdoel rekening gehouden in de afweging voor een Wmo vervoersvoorziening.
c. Zorg voor kinderen
Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen aan ouders met een beperking wordt rekening gehouden met de zorg voor kinderen. Dit kan aanleiding zijn voor het verstrekken van een individueel vervoermiddel. Er worden echter ook alternatieven betrokken die de ouders zelf voor dat vervoer kunnen organiseren. Als dergelijke alternatieven voorhanden zijn, wordt geen individueel vervoermiddel verstrekt.
Intramuraal verblijf
Er worden geen individuele vervoersvoorzieningen en vervoer naar dagbesteding verstrekt aan bewoners van Wlz-instellingen . Collectief vervoer buiten de instelling kan wel verstrekt worden.
Uitsluitingen
a. Algemeen gebruikelijk
Algemeen gebruikelijk is onder andere reizen met het openbaar vervoer, lopen, fietsen, rijden op een bromfiets, (mee)rijden in een auto als die beschikbaar is. Als mensen een vervoersprobleem hebben dat zij met een algemeen gebruikelijk middel kunnen oplossen, dan is er geen aanleiding om op grond van de Wmo in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening.
b. Vervoer in verband met werk
Bij de beoordeling van aanspraken op vervoersvoorzieningen wordt geen rekening gehouden met vervoersbehoefte in verband met werk. Voor werkgerelateerde voorzieningen zijn andere regelingen voorliggend. Deze regelingen worden uitgevoerd door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) of vallen onder de Participatiewet.
c. Vervoer in verband met therapie, dagbehandeling/dagbesteding of bezoek aan medischebehandelaars
Vervoer van en naar dagbehandeling of dagbesteding gefinancierd vanuit de Wlz of de Zvw valt niet onder de Wmo. Voor deze vervoersbestemmingen zijn de Wlz en de Zvw voorliggend. Voor vervoer van en naar medische behandelaars is er voor bepaalde situaties een voorliggende voorziening vanuit de Zvw.
d. Vervoer in verband met het volgen van onderwijs en opleiding
Vervoer in verband met onderwijs valt evenmin onder de Wmo. Er zijn voorliggende voorzieningen, zoals het leerlingenvervoer op grond van de onderwijswetgeving, en voorzieningen die via het UWV worden verstrekt, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Participatiewet.
Individuele vervoersvoorzieningen: vervoermiddelen in natura of als persoonsgebonden budget, en financiële tegemoetkomingen
De individuele Wmo vervoersvoorzieningen bestaan uit:
vervoersvoorzieningen in natura;
vervoersvoorzieningen in de vorm van een persoonsgebonden budget;
vervoersvoorzieningen als financiële tegemoetkoming;
sportvoorzieningen in de vorm van een financiële tegemoetkoming meerkosten.
a. Verstrekkingen in natura of als persoonsgebonden budget
Onder naturaverstrekkingen vallen goederen en diensten die aan de persoon met beperkingen in bruikleen worden toegekend. Het onderhoud, de reparatie en verzekering van door de Wmo verstrekte vervoermiddelen komen ten laste van de gemeente. Voor vervoermiddelen die in bruikleen zijn verstrekt zijn de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering in de bruikleenovereenkomst geregeld.
In principe kan op verzoek van de aanvrager een individuele vervoersvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt. De situaties waarin dat niet mogelijk is zijn in paragraaf 4.2 van deze Nadere regels opgenomen. Een aantal vervoersvoorzieningen wordt enkel als persoonsgebonden budget verstrekt, te weten aanpassingen aan een eigen vervoermiddel, gebruik (rolstoel) taxi of vervoer door derden en gebruik (rolstoel) taxi of vervoer door derden naast fiets, scootmobiel of (elektrische) rolstoel.
b. Financiële tegemoetkomingen vervoer
Financiële tegemoetkomingen in de kosten van vervoer zijn vergoedingen voor het gebruik van een vanuit de Wmo verstrekt of eigen vervoermiddel, of een geldbedrag bedoeld voor zelf te regelen vervoer. De hoogte van de vergoeding is gebaseerd op een aantal aflegbare kilometers in het kader van het leven van alledag, op de kosten van het gebruik van het vervoermiddel dat nodig is om de afstand te overbruggen of om het vervoer naar dagbesteding mogelijk te maken.
De vergoeding wordt toegekend voor één jaar; daarna volgt een verlenging met mogelijk een herbeoordeling. Het bedrag van een toegekende vergoeding voor vervoer wordt berekend beginnend op de eerste dag van de maand waarin de aanvrager het verzoek hiertoe heeft ingediend. De vergoeding voor vervoer wordt vooraf per drie maanden uitbetaald. Een bedrag lager dan € 300,00 per jaar wordt in één keer uitbetaald.
Als binnen een huishouden de persoon met beperkingen samen reist met een ander lid van het huishouden dan zijn er geen of minder meerkosten dan in de situatie dat de persoon met beperkingen alleen reist. Daarom wordt met samenvallende vervoersbehoeften rekening gehouden bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding. Deze situatie doet zich voor bij leden van één huishouden, kinderen en volwassenen.
Als meerdere leden van een huishouden op grond van hun beperking in aanmerking komen voor een vergoeding, wordt er vanuit gegaan dat een deel van de vervoersbehoefte samenvalt. De hoogte van de vergoeding bedraagt in het geval dit twee personen betreft voor iedere persoon met beperkingen 75%.
c. Financiële tegemoetkoming meerkosten sportvoorziening
De financiële tegemoetkoming in de meerkosten van een sportvoorziening is een geldbedrag als tegemoetkoming in de (meer)kosten van de aanschaf en het onderhoud van een, door de persoon met beperkingen zelf te bepalen, sportvoorziening of aanpassing op een sportvoorziening.
Individuele vervoersvoorzieningen
Een persoon met beperkingen kan voor een vervoersvoorziening in aanmerking komen wanneer aantoonbare beperkingen het gebruik van het openbaar vervoer onvoldoende mogelijk maken. Uitsluitend aantoonbare beperkingen in relatie tot de individuele vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen zijn bepalend voor de vraag of, en zo ja in hoeverre de aanvrager in aanmerking komt voor een voorziening. Is een bus of tram voor iemand met een beperking niet toegankelijk, dan kan men recht hebben op verstrekking van een vervoersvoorziening.
Als er een voorliggende voorziening mogelijk is wordt geen individuele vervoersvoorziening verstrekt. Psychische problemen (men durft niet in een drukke bus, men is bang in een tram) zijn in principe geen indicatie voor een vervoersvoorziening. Behandeling is in dat geval de voorliggende voorziening. Als blijkt dat het probleem niet (meer) door behandeling opgelost kan worden dan is wel een langdurige noodzaak aanwezig en zou wel een vervoersvoorziening verstrekt kunnen worden.
De Amsterdammer met beperkingen wordt in staat gesteld om zich te verplaatsen, zodat hij datgene kan doen wat mensen normaal gesproken doen: het zogenaamde leven van alledag.
~
4.10.1 Collectief vervoer
aProductbeschrijving
Collectief vervoer is een uitsluitend voor pashouders toegankelijk vervoerssysteem waarbinnen mensen op afroep zittend worden vervoerd. De chauffeur biedt de cliënt de benodigde begeleiding. De begeleiding kan variëren van licht (ondersteuning bij het bereiken van het voertuig, en bij het in- en uitstappen) tot intensief (hulp bij het bereiken van het voertuig, waaronder zo nodig ook tilservice, en bij de toegang tot het voertuig). De chauffeurs zijn professionele krachten die op grond van ervaring en/of opleiding in staat zijn de dienstverlening van het vervoersproduct te bieden. De cliënt betaalt aan de vervoerder een ritbijdrage die is vastgelegd in de verordening.
Het collectief vervoer maakt vervoer over alle afstanden mogelijk in de directe woon- en leefomgeving en biedt een actieradius van 25 kilometer volgens een erkende routeplanner gerekend vanaf woonadres volgens de BRP, of zoveel meer dan nodig om vanaf het woonadres een bestemming binnen Amsterdam te bereiken. Het vervoer wordt uitgevoerd in personenbusjes, personenauto’s of combi-voertuigen.
De vervoerder bepaalt welk voertuig ingezet wordt en houdt daarbij rekening met de beperkingen van de cliënt. Het materieel biedt de mogelijkheid om loophulpmiddelen, rolstoelen en scootmobielen te vervoeren.
Een cliënt kan op aanvraag een reisgenoot meenemen. De reisgenoot maakt exact dezelfde rit als de pashouder. Het is cliënten niet toegestaan een reisgenoot mee te nemen die begeleiding van de chauffeur nodig heeft, tenzij deze reisgenoot zelf een pas heeft voor het collectief vervoer.
Voor reisgenoten geldt:
voor cliënten in het bezit van een OV-Begeleiderskaart: de begeleider reist gratis mee;
voor cliënten met indicatie “Begeleider verplicht”: verplichte begeleider reist gratis mee;
voor gehandicapte kinderen jonger dan 12 jaar, en voor ouders met een beperking met kinderen jonger dan 12 jaar: alle gezinsleden mogen meereizen en betalen dezelfde ritbijdrage als de pashouder;
kinderen tot en met 3 jaar reizen gratis. Kinderen jonger dan 12 jaar dienen altijd onder begeleiding van een volwassen begeleider gebruik te maken van het vervoer;
sociaal reisgenoten: dit betreft reisgenoten anders dan voorgaande categorieën. Zij betalen dezelfde bijdrage als de pashouder.
Hulphonden en blindengeleidehonden mogen gratis meereizen. Kleine huisdieren mogen alleen mee zolang deze op schoot genomen kunnen worden, en reizen dan eveneens gratis mee.
De verschillende vervoersproducten binnen het collectief vervoer hebben naast deze algemene kenmerken aanvullende vervoersspecificaties. Deze worden besproken in paragraaf 4.10.1d. Daarnaast geldt dat alle cliënten die gebruik maken van het collectief vervoer groepsvervoer kunnen aanvragen.
Groepsvervoer
Groepsvervoer is vervoer van meer dan twee personen (cliënten en reisgenoten) van en/of naar hetzelfde adres. Cliënten kunnen groepsvervoer aanvragen ongeacht hun indeling in de vervoersproducten. De rit wordt uitgevoerd door de vervoerder van de cliënt met het zwaarste vervoersproduct.
b Voorwaarden voor verstrekking
Het openbaar vervoer is niet voldoende bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar. Ook de OV-reisassistentie door de vervoerder of de begeleiding door de OV-coach blijken niet afdoende. Indien personen wegens aantoonbare beperkingen niet of onvoldoende gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer is er voor hen het collectief vervoer. Redenen dat een persoon met beperkingen niet kan reizen met het openbaar vervoer zijn bijvoorbeeld dat hij of zij:
een afstand van 800 meter niet zelfstandig, al dan niet met hulpmiddelen en in een redelijk tempo, kan afleggen;
niet kan wachten bij een halte van het openbaar vervoer;
niet in- en/of uit kan stappen in bus, tram, of metro;
niet zelf de regie kan voeren voor, tijdens of na de reis, en er niet altijd iemand is die begeleiding kan bieden, of
een vervoermiddel niet met anderen kan delen dan de chauffeur.
In het collectief vervoer worden aan personen met beperkingen die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen alternatieven geboden om zich te kunnen verplaatsen.
Bij de verstrekking van vervoersvoorzieningen is het uitgangspunt ‘collectief als het kan, en individueel als het moet’. Het primaat is gelegd bij het collectief vervoer. Alleen wanneer het collectief vervoer niet (of in beperkte mate) in de vervoersbehoefte van de persoon met beperkingen voorziet, kan die persoon in aanmerking komen voor een aanvullende individuele vervoersvoorziening. Het collectief vervoer kan om verschillende redenen niet of niet volledig adequaat zijn:
als de persoon vanwege zijn of haar beperkingen niet met het collectief vervoer kan reizen, dan is dit vervoer niet adequaat;
als vanwege zeer frequente vervoersbehoeftes het collectief vervoer niet adequaat is, bijvoorbeeld als een belangrijk onderdeel van het dagelijks vervoerspatroon is dat een gehandicapte ouder kinderen van en naar school brengt, en in dit vervoersprobleem niet op een andere wijze kan worden voorzien;
als het gaat om vervoer van een gehandicapte ouder die niet in staat is toezicht/begeleiding te bieden aan meereizende kinderen jonger dan 12 jaar, en geen reisgenoot voor begeleiding van deze kinderen beschikbaar is.
In Amsterdam bestaan drie vormen van collectief vervoer voor personen met een beperking: ‘Deur tot deur Samenreizend vervoer’, ‘Deur tot deur Plus vervoer’ en ‘Kamer tot kamer vervoer’. Deze vormen onderscheiden zich van elkaar in de dienstverlening.
4.10.1a Deur tot deur Samenreizend vervoer
a Productbeschrijving
Vervoer vanaf de deur van de woning of vanaf de ingang van het wooncomplex, tot aan de deur van het bestemmingsadres of de ingang van het wooncomplex en vice versa, met - zo nodig – begeleiding door of ondersteuning van de chauffeur bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen. Het is mogelijk dat de cliënt met meerdere (onbekende) passagiers reist.
bVoorwaarden voor verstrekking
Deur tot deur Samenreizend vervoer is voor Amsterdammers die als gevolg van een beperking niet met het openbaar vervoer kunnen reizen.
Cliënten kunnen maximaal 1.500km per jaar reizen. Een hoger kilometertegoed kan verstrekt worden als de cliënt aantoonbaar meer nodig heeft in de hiernavolgende situaties, en de verplaatsing niet met een voorliggende oplossing gemaakt kan worden;
cliënt is mantelzorger,
cliënt bezoekt regelmatig een unieke specifieke locatie die niet dichterbij te vinden is en noodzakelijk is voor zijn welbevinden (bv aangepast sporten), cliënt woont meer dan 800m van een Ov-halte
Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht.
4.10.1b Deur tot deur Plus vervoer
aProductbeschrijving
Vervoer vanaf de voordeur van de eigen woning, tot aan de voordeur van het bestemmingsadres en vice versa. Cliënten krijgen van de chauffeur begeleiding of ondersteuning bij het bereiken van het voertuig, het bestemmingsadres en bij het in- en uitstappen.
bVoorwaarden voor verstrekking
Er moet sprake zijn van een beperking waardoor reizen met het openbaar vervoer niet mogelijk is en de cliënt langdurig geen gebruik kan maken van het Deur tot deur Samenreizend vervoer.
Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Alleen reizen, Rechtstreeks vervoer, Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht.
4.10.1c Kamer tot kamer vervoer
aProductbeschrijving
Vervoer waarbij de cliënt binnen (thuis of in een ander gebouw) wordt opgehaald of gebracht, en vice versa. Cliënten krijgen van de chauffeur begeleiding of ondersteuning bij het verlaten of betreden van het woon- of bestemmingsadres, en bij het in- en uitstappen. Er wordt zo nodig tilservice geboden bij het verlaten of betreden van de eigen woning, zolang dit uitvoerbaar is binnen de mogelijkheden van de ARBO wetgeving. Daarnaast kan overdrachtservice geboden worden.
bVoorwaarden voor verstrekking
Kamer tot kamer vervoer is voor Amsterdammers die als gevolg van een beperking niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, en binnen het collectief vervoer langdurig geen gebruik van het Deur tot deur Plus vervoer kunnen maken. Zij kunnen de voordeur van hun woning niet zelfstandig bereiken, maar kunnen wel zittend vervoerd worden. Zij kunnen niet zelfstandig de eigen woning in- en uitgaan en/of niet zelf de regie over het verlaten of betreden van het woon- en/of bestemmingsadres voeren.
Bij dit vervoersproduct kunnen de volgende aanvullende vervoersspecificaties worden toegekend: Alleen reizen, Rechtstreeks vervoer, Tilservice, Overdrachtservice, Gratis ritten tot 800 meter en Begeleider verplicht.
4.10.1d Aanvullende vervoersspecificaties
Alleen reizen
De beperking van de cliënt maakt alleen reizen noodzakelijk. Cliënt wordt alleen vervoerd en krijgt begeleiding of ondersteuning bij het in- en uitstappen en het bereiken van het voertuig.
Rechtstreeks vervoer
De beperking van de cliënt maakt een minimale reistijd noodzakelijk. De rit duurt zo kort als mogelijk. Het is mogelijk dat de cliënt samen met andere, onbekende passagiers wordt vervoerd. De route wordt dan bepaald door de rit van de passagier die rechtstreeks vervoer nodig heeft.
Tilservice
Tilservice wordt geboden bij het verlaten of betreden van de eigen woning, zolang dit uitvoerbaar is binnen de mogelijkheden van de ARBO wetgeving. De cliënt wordt maximaal 3 etages getild. Tilservice wordt in principe niet geboden wanneer dit uitsluitend noodzakelijk is bij het in- of uitgaan van het adres dat door de cliënt wordt bezocht. Afwijking van deze regel kan slechts met onderbouwde motivering. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat het betreffende vervoersdoel voor de persoon met beperkingen van dermate groot belang is dat door het uitblijven van collectief vervoer met tilservice de aanvrager in een sociaal isolement dreigt te komen. Te denken valt aan bezoeken van de echtelijke woning bij permanent verblijf in een Wlz-instelling.
Overdrachtservice
Overdrachtservice houdt in dat de cliënt op de plaats van bestemming altijd wordt overgedragen aan een contactpersoon. Voor de cliënt is een warme overdracht noodzakelijk bij het ophalen en op de plaats van bestemming. De contactpersoon draagt de verantwoordelijkheid voor de cliënt bij het ophaaladres aan de chauffeur over en de chauffeur draagt de verantwoordelijkheid bij het bestemmingsadres over aan de contactpersoon aldaar.
Gratis ritten tot 800 meter
Het kostenvrij reizen met het collectief vervoer voor ritten met een afstand tot 800 meter. Dit ter compensatie van de extra kosten die de persoon met beperkingen anders zou maken voor het overbruggen van de zeer korte afstand (100 meter), ten opzichte van een valide persoon.
Voorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen is ten gevolge van objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en/of loopfunctie niet in staat zichzelf lopende of zelfstandig rijdend in een rolstoel of vervoermiddel voor de korte afstand te verplaatsen over een zeer korte afstand (tot 100 meter).
Voor de aanvrager is de verstrekking of het gebruik van een rolstoel of een individueel vervoermiddel geen adequate oplossing, omdat:
aanvrager deze afstand er niet zelfstandig mee kan overbruggen;
aanvrager niet in staat is een vervoermiddel te bedienen;
stalling van een vervoermiddel onmogelijk is;
of omdat:
aanvrager om medische redenen afhankelijk is van gesloten vervoer over die afstand (100 meter).
Begeleider verplicht
Begeleider verplicht kan worden toegekend wanneer de cliënt ouder is dan 12 jaar en vanwege storend gedrag tijdens het vervoer altijd met een volwassen begeleider moet reizen die in staat is de benodigde begeleiding te bieden. De begeleider betaalt geen ritbijdrage.
4.10.2Fietsen
aProductbeschrijving
Hieronder worden verstaan een driewielfiets, een loopfiets en voor rolstoelgebruikers een rolstoelfiets of een handbike.
Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte vanaf de voordeur tot en met 8 kilometer. Hiermee kan de persoon met beperkingen zichzelf verplaatsen (driewielfiets, loopfiets, handbike) of zich door of met hulp van derden laten verplaatsen (rolstoelfiets).
Als er zich ook buiten het bereik van de fiets een vervoersprobleem voordoet, dan kan de fiets worden gecombineerd met collectief vervoer, of – als collectief vervoer niet mogelijk is -, met een vervoerskostenvergoeding. De fiets kan niet worden gecombineerd met een scootmobiel of een andere voorziening voor de zeer korte en korte afstand.
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen heeft belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis. De problemen doen zich voor op de zeer korte afstand (tot 100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter). Er is een dagelijkse vervoersbehoefte in het gebruiksgebied van de fiets (8 kilometer) waarin niet of niet volledig op andere wijze voorzien kan worden (openbaar vervoer, een algemeen gebruikelijk vervoermiddel, een vervoermiddel dat de cliënt al heeft, collectief vervoer, of een al eerder verstrekte voorziening zoals handbewogen rolstoel).
Als een persoon met beperkingen door lichamelijke, zintuiglijke en/of cognitieve aandoeningen niet in staat is om zelfstandig van een vervoermiddel gebruik te maken dan kan een voorziening worden verstrekt die het mogelijk maakt dat die persoon zich door of met hulp van anderen laat verplaatsen.
Uitsluitingen
Algemeen gebruikelijke fietsen, zoals een tweewielfiets al dan niet met hulpmotor, lage instapfiets, bromfiets, snorfiets, tandem of bakfiets.
Voor de loopfiets geldt dat deze alleen kan worden verstrekt als verplaatsingsmiddel voor buiten. Als deze fiets uitsluitend bestemd is voor gebruik binnen, dan kan verstrekking plaatsvinden op grond van de Zvw en valt verstrekking dus niet onder de Wmo.
4.10.2a Aanpassingen aan fietsen
Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen en/of die van de vaste begeleider. Dergelijke aanpassingen komen in aanmerking voor vergoeding indien deze medisch noodzakelijk zijn. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op:
bediening
zadel en vering
zithouding
meenemen van een loopmiddel
4.10.2b Fietszitjes
aProductbeschrijving
Speciaal voor gehandicapte kinderen ontwikkeld zitelement voor op de fiets.
Het gebruik van een aangepast kinderzitje maakt het mogelijk dat ouders een gehandicapt kind veilig mee kunnen nemen op de fiets.
bVoorwaarden voor verstrekking
Er moet voor de ouders een noodzaak zijn dat zij hun gehandicapt kind meenemen bij hun verplaatsingen in het kader van het leven van alledag. Algemeen gebruikelijke oplossingen zijn niet mogelijk (zoals: kind kan niet worden gedragen, niet in een gewone kinderwagen, niet in een standaardzitje op fiets of in auto, gebruik van openbaar vervoer is niet mogelijk). Als al sprake is van de verstrekking van een andere voorziening (aangepaste wandelwagen, speelvoorziening, aangepast autozitje) dan wordt beoordeeld in hoeverre deze reeds voorziet in de vervoersbehoefte.
4.10.2c Vervoerskostenvergoeding voor gebruik taxi of vervoer door derden naast fiets
aProductbeschrijving
Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de fiets niet voorziet die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De hoogte van de vergoeding is gerelateerd aan 250-750 aflegbare kilometers. Dit is hetzelfde aantal kilometers als waarop de vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast een scootmobiel is gebaseerd.
bVoorwaarden voor verstrekking
Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een fiets op grond van de Wmo en men beschikt over een fiets. Tegelijkertijd is er een aantoonbare sociale vervoersbehoefte op de langere afstand waarin niet op andere wijze kan worden voorzien (zoals met collectief vervoer).
4.10.2d Gewenningslessen driewielfietsen
a Productbeschrijving
Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de driewielfiets, het rijden en manoeuvreren met de driewielfiets en de kennis en toepassing van de verkeersregels.
Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de driewielfiets, dus met het eigen hulpmiddel.
b Voorwaarden voor verstrekking
Aan de persoon met beperkingen is een driewielfiets toegekend. In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de driewielfiets, is echter gebleken dat de cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om de driewielfiets te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. In de gewenningslessen moeten deze vaardigheden alsnog worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de driewielfiets, dan wordt de driewielfiets weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn.
4.10.3 Speelvoertuigen
aProductbeschrijving
Voorzieningen voor kinderen ten behoeve van spel in de directe woonomgeving. Voorbeelden zijn: (aangepaste) drie-/vierwielfietsen, speelmobielen, kruipwagens en kruiphulpmiddelen.
De voorziening wordt gebruikt om buiten te spelen onder toezicht van ouders/verzorgers, in een beschermde omgeving (zoals op het trottoir of een pleintje in de buurt, of in een park).
bVoorwaarden voor verstrekking
Speelvoertuigen worden aan twee groepen personen met beperkingen verstrekt:
kinderen jonger dan 12 jaar die als gevolg van motorische beperkingen, al dan niet in combinatie met of ten gevolge van zintuiglijke en/of cognitieve beperkingen, geen gebruik kunnen maken van een algemeen gebruikelijk speelvoertuig zoals een standaard driewieler of standaard fiets. Er is geen voorliggende voorziening;
aanvrager heeft een cognitieve of verstandelijke handicap in combinatie met motorische beperkingen en woont niet in een Wlz-instelling. Er kan geen gebruik gemaakt worden van een algemeen gebruikelijk speelvoertuig zoals een standaard driewieler of standaard fiets. Er is geen voorliggende voorziening.
4.10.4 Scootmobiel
aProductbeschrijving
Een scootmobiel is een open voertuig, aangedreven door een elektromotor en bestuurd met een mechanisch stuur. De motor, verlichting en claxon worden gevoed door een of twee accu’s, die men regelmatig moet opladen.
Het gaat hier om een – in principe - éénpersoons vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de zeer korte afstand tot en met de middellange afstand (tot 10 kilometer). Er mag gebruik gemaakt worden van het voetpad, het fietspad en de rijbaan. De maximumsnelheid op voetpad en trottoir is 6 km/uur. Vaak zijn openbare gebouwen, openbaar vervoer en winkels met een scootmobiel toegankelijk. Een scootmobiel kan meegenomen worden in het collectief vervoer.
Er zijn verschillende uitvoeringen met onder andere verschil in actieradius en snelheid. Scootmobielen met extra grote actieradius en afwijkende hoge snelheid worden niet verstrekt. Aan personen voor wie een zwaardere, bredere of beter geveerde uitvoering medisch noodzakelijk is, kan wel een andere dan de gebruikelijke uitvoering worden toegekend.
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde ernstige belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis. Deze problemen doen zich voor op de zeer korte afstand (tot 100 meter) of de iets langere afstanden (tot 500 meter).
Er kan geen gebruik gemaakt worden van het openbaar vervoer, de fiets, een rolstoel, rollator, stok, en dergelijke. In de vervoersbehoefte is niet of niet volledig te voorzien met collectief vervoer.
Uitgangspunt is dat met de scootmobiel de dagelijkse vervoersbehoeften op de (zeer)korte en middellange afstanden kunnen worden ingevuld.
Als er een scootmobielpool is waarmee de persoon met beperkingen voldoende wordt gecompenseerd is deze voorliggend. Bij een indicatie voor een individuele scootmobiel moet een geschikte stallingsmogelijkheid met aansluitpunt voor opladen aanwezig zijn, of die mogelijkheid moet gerealiseerd kunnen worden.
Als er zich ook buiten het bereik van de scootmobiel een vervoersprobleem voordoet, dan kan de voorziening worden gecombineerd met collectief vervoer of, als collectief vervoer niet mogelijk is, met een vervoerskostenvergoeding.
4.10.4a Aanpassingen aan scootmobiel
aProductbeschrijving
Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op:
bediening
stoel en vering
zithouding
meenemen van een loopmiddel
Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld in verband met de noodzaak een kind mee te nemen. Deze aanpassing betreft:
een kinderzitje op de scootmobiel
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen moet in aanmerking komen voor een scootmobiel.
De noodzaak van de aanpassing moet medisch zijn aangetoond.
Een kinderzitje op een scootmobiel wordt geplaatst als algemeen gebruikelijke oplossingen niet mogelijk zijn en er een noodzaak bestaat om een kind mee te nemen bij verplaatsingen in het kader van het leven van alledag.
4.10.4b Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden naast scootmobiel
aProductbeschrijving
Een tegemoetkoming in de kosten van vervoer waarin de scootmobiel niet voorziet die als persoonsgebonden budget wordt verstrekt. De vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van individuele vervoersvoorzieningen (auto, gesloten buitenwagen) is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Uit jurisprudentie blijkt dat de scootmobiel voorziet in 1250 kilometer; dit zijn met name de korte en middellange ritten. De hoogte van het persoonsgebonden budget is daarom gerelateerd aan de ontbrekende 250-750 kilometer.
bVoorwaarden voor verstrekking
Men komt in aanmerking voor deze vergoeding als men voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een scootmobiel op grond van de Wmo, men beschikt over een scootmobiel, en er een aantoonbare vervoersbehoefte is op de langere afstand waarin niet kan worden voorzien met het collectief vervoer omdat er een contra indicatie is voor het collectief vervoer.
4.10.4c Gewenningslessen scootmobiel
aProductbeschrijving
Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de scootmobiel, het rijden en manoeuvreren met de scootmobiel en de kennis en toepassing van de verkeersregels.
Er kunnen in principe maximaal drie lessen worden verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de scootmobiel, dus met het eigen hulpmiddel.
bVoorwaarden voor verstrekking
Aan de persoon met beperkingen is een scootmobiel toegekend. In de indicatiefase, al dan niet na proeflessen, of na verstrekking van de scootmobiel, is echter gebleken dat de cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om de scootmobiel te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen.
In de gewenningslessen moeten deze vaardigheden alsnog worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de scootmobiel, dan wordt de scootmobiel weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn.
4.10.4d Financiële tegemoetkoming stalling scootmobiel
aProductbeschrijving
Een vergoeding die het mogelijk maakt een scootmobiel veilig te stallen en op te laden in een openbare overdekte stalling. Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt is gelijk aan het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten.
bVoorwaarden voor verstrekking
Als voorwaarde voor verstrekking van een scootmobiel geldt dat er een geschikte stallingsmogelijkheid aanwezig is, of te realiseren moet zijn.
4.10.5 Vervoerskostenvergoeding voor gebruik (rolstoel)taxi of vervoer door derden
aProductbeschrijving
Het gaat hier om een vergoeding in de vorm van een persoonsgebonden budget die naar eigen keuze aangewend kan worden voor het gebruik van een (rolstoel)taxi of vervoer door derden. Indien men voor deze vergoeding in aanmerking komt, heeft men de keuze tussen een vastgesteld standaardbedrag en een gemaximeerd maatwerkbedrag. Kiest men voor een maatwerkbedrag dan moeten alle werkelijk gemaakte kosten middels declaratie verantwoord worden.
De vervoerskostenvergoeding voor de kosten van het gebruik van een (rolstoel)taxi en vervoer door derden is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter).
bVoorwaarden voor verstrekking
De cliënt heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis op alle afstanden.
Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de dagelijks noodzakelijke en voor de cliënt zeer essentiële vervoerbehoefte kan worden ingevuld omdat het openbaar vervoer, collectief vervoer en andere verplaatsingsmiddelen (met uitzondering van auto(bus) en gesloten buitenwagen) geen adequate oplossing bieden.
De betrokkene moet op grond van medische beperkingen voor iedere verplaatsing buitenshuis op taxivervoer, dan wel vervoer door derden zijn aangewezen.
Er zijn twee verschillende bedragen: één voor mensen die gebruik moeten maken van een rolstoeltaxi, en één voor mensen die gebruik kunnen maken van een gewone taxi.
4.10.6 Gesloten buitenwagen
aProductbeschrijving
Een gesloten buitenwagen is een speciaal voor gehandicapten ingericht overdekt voertuig, uitgerust met benzine- of elektromotor, dat niet breder is dan 1.10 meter. De gesloten buitenwagen mag op de rijbaan maximaal 45 km/uur en op het (brom)fietspad binnen de bebouwde kom 30 km/uur en daarbuiten 40 km/uur. Op voetpad en trottoir is de maximumsnelheid 6 km/uur.
Er mag geen gebruik gemaakt worden van auto(snel)wegen. Provinciale wegen die verboden zijn voor landbouwvoertuigen zijn ook verboden voor de gesloten buitenwagen. Een autorijbewijs of een bromfietscertificaat is niet nodig. Een gesloten buitenwagen biedt plaats aan maximaal drie personen, van wie er ten hoogste twee volwassen zijn.
Zonder parkeerontheffing mag geparkeerd worden op een gehandicaptenparkeerplaats.
Parkeren op het trottoir is toegestaan voor zover de vrije doorgang voor andere gebruikers niet wordt gehinderd.
Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de korte afstand (vanaf 100 meter), in de directe omgeving van de eigen woning en op langere afstand (tot 30 kilometer). Overigens geldt voor de Wmo dat de voorziening wordt verstrekt ten behoeve van de vervoersbehoefte voor wat betreft sociaal vervoer in de directe woonomgeving. Dat met een gesloten buitenwagen verder kan worden gereden is een bijkomende eigenschap van de voorziening, maar geen grond voor de verstrekking. De voorziening kan gecombineerd worden met een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van dit vervoermiddel.
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het zich verplaatsen buitenshuis, zowel op de korte als op de langere afstanden. Het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere verplaatsingsmiddelen (bijvoorbeeld fiets, taxi, scootmobiel) en een vervoerskostenvergoeding komen op medische gronden niet in aanmerking. De betrokkene moet op grond van medische en functionele beperkingen op een gesloten buitenwagen zijn aangewezen. Taxivervoer kan - praktisch gezien - niet als een adequate voorziening worden beschouwd en een combinatie van medische en functionele beperkingen moet tot de conclusie leiden dat er geen andere adequate oplossing voor het probleem is dan de gesloten buitenwagen.
Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de in het kader van het leven van alledag noodzakelijke en voor de persoon met beperkingen zeer essentiële vervoersbehoefte kan worden ingevuld. Het betreft een vervoersbehoefte om sociaal-maatschappelijk te kunnen participeren, die niet uitstelbaar en/of planbaar is.
4.10.6a Aanpassingen aan gesloten buitenwagen
aProductbeschrijving
Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op:
bediening
stoel en vering
meenemen van een loopmiddel, rolstoel of ander hulpmiddel
meenemen van een kind
Aanpassingen worden verstrekt voor het vervoer van de persoon met beperkingen in de directe woonomgeving. Het voorzieningenniveau is daarop afgestemd. Dit betekent dat er geen aanpassingen worden verstrekt die alleen noodzakelijk zijn om buiten Amsterdam te kunnen reizen.
bVoorwaarden voor verstrekking
De noodzaak van de aanpassing moet medisch zijn aangetoond.
4.10.6b Gewenningslessen gesloten buitenwagen
aProductbeschrijving
Het betreft theoretisch en praktisch onderricht in de bediening van de gesloten buitenwagen, het rijden en manoeuvreren met de gesloten buitenwagen en de kennis en toepassing van de verkeersregels.
Er worden in principe maximaal drie lessen verstrekt. De gewenningslessen worden gevolgd na verstrekking van de gesloten buitenwagen, dus in het eigen hulpmiddel.
bVoorwaarden voor verstrekking
Aan de persoon met beperkingen is een gesloten buitenwagen toegekend, maar in de indicatiefase of na verstrekking is gebleken dat cliënt nog onvoldoende vaardigheid heeft om het voertuig te bedienen en/of onvoldoende rijvaardig is om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. In drie rijlessen moeten deze vaardigheden alsnog kunnen worden geleerd. Blijkt de persoon met beperkingen na gewenningslessen toch niet om te kunnen gaan met de gesloten buitenwagen, dan wordt de gesloten buitenwagen weer ingenomen omdat de voorziening niet adequaat blijkt te zijn.
4.10.6c Financiële tegemoetkoming parkeren gesloten buitenwagen
aProductbeschrijving
Parkeren van een gesloten buitenwagen geeft doorgaans geen problemen, omdat een gesloten buitenwagen op het trottoir mag staan. Mochten zich bij uitzondering toch problemen voordoen, dan zijn er mogelijkheden om het parkeren bij de eigen woning te vergemakkelijken. Deze faciliteit is bijvoorbeeld een gemarkeerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. De financiële tegemoetkoming heeft betrekking op de aanleg van de parkeerplaats.
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperking moet in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerplaats en voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking voor een gesloten buitenwagen.
4.10.6d Financiële tegemoetkoming gebruik (eigen) gesloten buitenwagen
aProductbeschrijving
Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van verplaatsing met een gesloten buitenwagen. Het bedrag is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter).
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen moet voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een gesloten buitenwagen. Daarnaast wordt bekeken of het gebruik van een gesloten buitenwagen leidt tot meerkosten voor de persoon met beperkingen ten opzichte van de situatie voor de aanvraag en ten opzichte van andere personen zonder beperkingen in een vergelijkbare situatie.
4.10.7 Auto en autobus
aProductbeschrijving
Een auto is een motorrijtuig op vier wielen, ingericht voor het vervoer van meerdere personen, dat blijkens het kentekenbewijs als personenauto is aangeduid. Met een autobus wordt hier bedoeld een bedrijfsauto, die zodanig is aangepast, dat een persoon met beperkingen er zittend in een rolstoel in vervoerd kan worden. Een grijs kenteken is toegestaan.
Minimum leeftijd is 18 jaar. Een rijbewijs is noodzakelijk. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) stelt bij mensen met beperkingen de rijvaardigheid en rijgeschiktheid vast. Op grond daarvan wordt aangegeven welke aanpassingen voor bediening en/of besturing nodig zijn. Deze worden op het rijbewijs aangetekend als beperkende bepalingen. Minimaal is een WA-verzekering verplicht.
Het gaat hier om een vervoermiddel dat voorziet in de vervoersbehoefte op de korte afstand (vanaf 100 meter) tot zeer lange afstanden (verder dan 100 kilometer). Overigens geldt voor de Wmo dat de voorziening wordt verstrekt ten behoeve van de vervoersbehoefte voor wat betreft sociaal vervoer in de directe woonomgeving. Dat met een auto verder kan worden gereden is een bijkomende eigenschap van de voorziening, maar geen grond voor de verstrekking. Auto en autobus kunnen gecombineerd worden met een financiële tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van dit vervoermiddel.
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen heeft objectief aangetoonde belemmeringen in de sta- en loopfunctie en ondervindt ten gevolge hiervan problemen bij het verplaatsen buitenshuis, zowel op de korte als op de langere afstanden. De betrokkene moet op grond van medische beperkingen voor iedere verplaatsing buitenshuis op een auto zijn aangewezen, zodat taxivervoer - praktisch gezien - niet als een adequate voorziening kan worden beschouwd.
Uitgangspunt van deze voorziening is dat hiermee de dagelijks noodzakelijke en voor de persoon met beperkingen zeer essentiële vervoersbehoefte kan worden ingevuld. Het openbaar vervoer, collectief vervoer en/of andere verplaatsingsmiddelen (bijvoorbeeld fiets, taxi, scootmobiel, gesloten buitenwagen) en een vervoerskostenvergoeding komen op medische gronden niet in aanmerking.
Het is de combinatie van medische, sociale en functionele beperkingen en mogelijkheden van de persoon met beperkingen die tot de conclusie moet leiden dat een auto of autobus de enige adequate oplossing voor het probleem is.
Bij de afweging wordt mee gewogen of een auto(bus) voor betrokkene als algemeen gebruikelijk kan worden aangemerkt. Als dat het geval is, is verstrekking niet aan de orde. De aanvrager moet in bezit zijn van een geldig rijbewijs. Het halen van een rijbewijs is algemeen gebruikelijk; de kosten van rijlessen worden daarom niet vergoed.
4.10.7a Aanpassingen aan bruikleen- en eigen auto
aProductbeschrijving
Bijzondere eisen die aan het vervoermiddel worden gesteld die voortkomen uit de beperkingen en de fysieke gesteldheid van de persoon met beperkingen. De aanpassingen kunnen onder meer betrekking hebben op:
bediening en besturing
in en uit de auto komen
zithouding
meenemen van noodzakelijke hulpmiddelen
verzorging van de persoon met beperkingen
inrijden van een rolstoel
vergrendeling van een rolstoel
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto vanuit de Wmo. In het geval dat de aanvrager een eigen auto heeft, worden aanpassingen uitsluitend vergoed als de auto alleen maar gebruikt kan worden als deze wordt aangepast. Wanneer de persoon met beperkingen voor de eigen auto kiest, terwijl adequate, goedkopere alternatieven beschikbaar zijn, dan is dat zijn keus voor een duurdere oplossing. Indien dan vervolgens de keuze ook het aanbrengen van aanpassingen impliceert, moet de aanvrager die voor eigen rekening nemen.
Een vergoeding van de kosten voor aanpassingen van een eigen auto is alleen mogelijk als de auto redelijk is aan te passen, in goede staat verkeert en in beginsel niet ouder dan drie jaar is of nog vijf jaar mee kan. Voldoet de eigen auto hier niet aan, dan wordt de goedkoopst adequate auto met aanpassingen in bruikleen toegekend.
De kosten van het plaatsen van de aanpassing in de eigen auto worden maximaal eenmaal in een periode van 5 jaar vergoed. Binnen deze periode wordt het overplaatsen van aanpassingen in een andere auto alleen vergoed wanneer is aangetoond dat vervanging van de auto noodzakelijk was als gevolg van een gewijzigde medische of sociale situatie.
Het rijbewijs van de aanvrager is voorzien van de door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) vastgestelde beperkende bepalingen als er een noodzaak is om de bediening en besturing van de auto aan te passen.
Aanpassingen aan de auto moeten functioneel noodzakelijk zijn voor mensen met een beperking en niet algemeen gebruikelijk of standaard ingebouwd zijn, zoals rem- of stuurbekrachtiging, airconditioning, airbags, etc. De aanpassingen zijn noodzakelijk voor de persoon met beperkingen en dienen alleen door hem gebruikt te worden.
Een vergoeding voor een speciale autostoel kan worden verstrekt indien:
een autostoel niet als voornaamste doel heeft de zithouding te verbeteren;
de stoel niet normaal in de handel verkrijgbaar is;
de belanghebbende reeds klachten krijgt na het rijden van enkele kilometers of binnen een kwartier;
de aanschaf van de stoel niet uit preventief oogpunt geschiedt;
de persoon met beperkingen bij de aankoop van de auto rekening heeft gehouden met zijn/haar beperkingen en het noodzakelijke zitcomfort;
er geen andere hulpmiddelen zijn om de stoel adequaat te maken voor de korte en middellange afstand.
Aanpassingen worden verstrekt voor het vervoer van de persoon met beperkingen in de directe woonomgeving. Het voorzieningenniveau is daarop afgestemd. Dit betekent dat er geen aanpassingen worden verstrekt uitsluitend om het mogelijk te maken buiten Amsterdam te reizen. Als een aanpassing aan de eigen auto wordt toegekend, gebeurt dit in de vorm van een persoonsgebonden budget.
4.10.7b Autozitjes voor gehandicapte kinderen
aProductbeschrijving
Speciaal voor gehandicapte kinderen ontwikkeld zitelement voor in de auto.
Het gebruik van een aangepast autozitje maakt het mogelijk dat ouders een gehandicapt kind veilig mee kunnen nemen in de auto.
bVoorwaarden voor verstrekking
Het gebruik van de auto is noodzakelijk voor en maakt deel uit van de verplaatsingen in het kader van het leven van alledag. Bij deze verplaatsingen kan het kind vanwege beperkingen niet (veilig) plaatsnemen in een standaard autozitje. Algemeen gebruikelijke oplossingen zijn niet mogelijk, zoals het kind kan niet worden gedragen, niet in een gewone kinderwagen, niet in een standaardzitje op fiets of in auto en het gebruik van openbaar vervoer is niet mogelijk. Als al sprake is van de verstrekking van een andere voorziening, zoals een aangepaste wandelwagen, speelvoorziening of een aangepast fietszitje, dan wordt beoordeeld in hoeverre deze voorziening reeds voorziet in de vervoersbehoefte.
De kosten van het plaatsen van het autozitje in de eigen auto wordt maximaal eenmaal in een periode van 5 jaar vergoed. Binnen deze periode wordt het overplaatsen van het reeds verstrekte autozitje in een andere auto alleen vergoed wanneer is aangetoond dat vervanging van de auto noodzakelijk was als gevolg van een gewijzigde medische of sociale situatie.
4.10.7c Rijlessen/rij-instructies voor de aangepaste auto
aProductbeschrijving
Rijlessen en/of rij-instructies bedoeld voor het kunnen bedienen van en deelname aan verkeer met een aangepaste auto of autobus. Rijlessen voor aangepaste auto’s worden door erkende rijschoolinstructeurs gegeven.
Rijlessen maken mogelijk dat iemand zijn rijbewijs behaalt, noodzakelijk voor het besturen van een aangepaste auto.
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen moet in ieder geval voldoen aan de voorwaarden om voor een aangepaste auto of autobus in aanmerking te komen. Bij gebruik van een aangepaste (eigen) auto(bus) worden de meerkosten van lessen in een aangepaste ten opzichte van een niet-aangepaste lesauto vergoed. Dit geldt ook voor de meerijsituatie. Rijlessen voor een auto zijn algemeen gebruikelijk en worden om die reden niet vergoed.
Wanneer belanghebbende voor zijn vervoerbehoefte is aangewezen op een bruikleenauto en hij hiervan alleen gebruik kan maken als rijlessen gevolgd zijn, of extra rij-instructies gegeven zijn, kan deze voorziening (nog) niet worden verstrekt.
4.10.7d Financiële tegemoetkoming parkeren auto
aProductbeschrijving
Voor personen met een beperking zijn er mogelijkheden om het parkeren van hun vervoermiddel te vergemakkelijken. Dit betreft bijvoorbeeld een gemarkeerde gehandicaptenparkeerplaats op kenteken.
De financiële tegemoetkoming heeft betrekking op de aanleg van de parkeerplaats.
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperking moet in aanmerking komen voor een gehandicaptenparkeerplaats en voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto of autobus.
4.10.7e Financiële tegemoetkoming gebruik (eigen) auto of autobus
aProductbeschrijving
Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van verplaatsing met de (eigen) auto of autobus. Het bedrag is gebaseerd op 1500-2000 aflegbare kilometers per jaar. Dit is inclusief de zeer korte afstand (tot 100 meter).
bVoorwaarden voor verstrekking
De persoon met beperkingen moet voldoen aan de voorwaarden voor verstrekking van een auto of autobus. Daarnaast wordt bekeken of het gebruik van een (eigen) auto of autobus leidt tot meerkosten voor de persoon met beperkingen ten opzichte van de situatie voor de aanvraag en ten opzichte van andere personen zonder beperkingen in een vergelijkbare situatie.
4.10.8 Financiële tegemoetkoming vervoer dagbesteding
aProductbeschrijving
Een geldbedrag als tegemoetkoming in de kosten van vervoer van en naar een locatie waar de Amsterdammer aan dagbesteding deelneemt.
bVoorwaarden voor verstrekking
De Amsterdammer komt voor een financiële tegemoetkoming voor vervoer van en naar dagbesteding in aanmerking als voorliggende oplossingen niet toereikend zijn en de dagbesteding met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht. Dit betekent dat de Amsterdammer eerst een aanspraak maakt op de eigen mogelijkheden voor het organiseren van vervoer. Wanneer deze mogelijkheden ontoereikend zijn biedt de pgb aanbieder een oplossing voor vervoer. De compensatie voor het vervoer van en naar dagbesteding is meegenomen in het tarief.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.10
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning Amsterdam januari 2024