Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Afdeling 2.3

Artikel 16a:

Zienswijze besluiten dagelijks bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn

1.. Met het oog op de zienswijze procedure, zoals omschreven in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen, worden de raden voorafgaand aan het besluit van het dagelijks bestuur tot vaststelling van de kadernota, bedoeld in artikel 27, in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen. 2.. De termijn voor de raden om een zienswijze naar voren te brengen bedraagt acht weken. 3.. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de kadernota schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het eerste lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel