Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.4.

Beoordelingsregels

Onderdeel van Beleidsregels bebouwingsoppervlakte woonpercelen in het buitengebied

Voor wat betreft de toepassing van bouwmogelijkheden op basis van de beleidsregel gelden een aantal beoordelingscriteria. Deze worden in deze paragraaf benoemd. Om de gewenste inpasbaarheid van bouwplannen ten opzichte van de omgeving en de kwalitatieve uitstraling te kunnen beoordelen, worden aanvragen in ieder geval getoetst op de volgende ruimtelijke beoordelingscriteria: Er is sprake van woongebruik en/of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit (aan huis). Het bouwplan is passend- en/of een kwalitatieve toevoeging binnen het stedenbouwkundige straatbeeld van de omgeving. Er is geen sprake van onevenredige (visuele) hinder op de omgeving (o.a. direct omwonenden, openbaar gebied, landschap). Eventueel (maatwerk) kan een landschappelijke inpassing met beplanting vereist zijn, waarmee onevenredige (visueel) hinder wordt voorkomen. Er is samenhang/eenheid in de onderlinge situering van bebouwing op het perceel (geconcentreerd/binnen het bouwvlak van het bestemmingsplan). Er is samenhang/eenheid tussen bebouwing en het erf (onbebouwde deel van het perceel). Deze dient in verhouding te staan. Om dit te kunnen beoordelen dient een erfinrichtingsplan onderdeel te zijn van de aanvraag. Een enkel vrijstaand bijgebouw heeft een maximale omvang van 100 m2, dan wel maximaal de omvang van het hoofdgebouw wanneer deze groter is dan 100 m2. Voor de oppervlakte van aangebouwde bijgebouwen geldt dat deze niet groter zijn dan het hoofdgebouw. De bepalingen uit het bestemmingsplan ten aanzien van de situering van gebouwen (bouwvlak) en maximale bouw- en goothoogte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) blijven onverminderd van kracht. Er ligt een positieve Welstandsbeoordeling* ten aanzien van: De kwalitatieve uitvoering / uitstraling van het bouwplan Samenhang/eenheid in de onderlinge verschijningsvorm van bebouwing op het perceel. * Bouwwerken moeten voldoen aan 'redelijke eisen van welstand'. De welstandscommissie beoordeelt bouwplannen aan de welstandscriteria zoals die zijn opgenomen in de Welstandsnota. Op 25 september 2019 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. In deze nota is bepaald wat de redelijke eisen van welstand zijn. Dit betekent dat gekeken wordt of een bouwplan qua uitstraling past binnen de omgeving.

Rechtspraak bij dit artikel