Naar hoofdinhoud
1.. De gemeentesecretaris verstrekt het college jaarlijks een raming van de middelen die hij/zij ten behoeve van het volgende begrotingsjaar voor de te leveren prestaties nodig acht. Daarbij geeft hij/zij een financiële vertaling van de voorgenomen activiteiten en de daarbij behorende inzet van middelen (zoals personeel, huisvesting, automatisering, materieel e.d.). Hij/zij geeft daarbij tevens aan welke ontwikkelingen hij/zij met betrekking tot de budgetten in de drie jaren na het volgende begrotingsjaar verwacht. Hij/zij houdt daarbij rekening met de door de raad via de kadernota vastgestelde begrotingsrichtlijnen en met eerdere bestuurlijke besluitvorming, waaronder de structurele gevolgen van tussentijdse rapportages. 2.. Bij de rapportages als bedoeld in de “Financiële verordening gemeente Utrechtse Heuvelrug” legt de gemeentesecretaris tussentijds en bij de jaarstukken definitief verantwoording af aan het college over de naar zijn/haar inzicht relevante zaken met betrekking tot de toegewezen budgetten en de daarmee te leveren/geleverde prestaties. De gemeentesecretaris verstrekt de voor de verantwoording noodzakelijke gegevens aan de afdeling financiën, die deze gegevens verwerkt in de door deze afdeling op te stellen voorjaarsnota, najaarsnota en jaarstukken van het betreffende begrotingsjaar. 3.. Als relevante zaken worden in ieder geval aangemerkt (verwachte) afwijkingen van ten minste € 10.000, -- per kostenplaats, dan wel 10% bij geraamde lasten en/of baten, (verwachte) bijstellingen van de te realiseren prestaties en/of beoogde maatschappelijke effecten, evenals (verwachte) afwijkingen ten opzichte van de (verwachte) kostendekkingspercentages. De bij de afwijkingen en/of bijstellingen gegeven toelichting dient inzicht te geven in de reden daarvan. 4.. Als afwijkingen in de rapportages leiden tot verhoging van of verschuiving van budgetten tussen beleidsproducten, dan wel gevolgen hebben voor de daaraan verbonden prestaties en/of beoogde maatschappelijke effecten, dan legt de hoofdbudgethouder deze ter goedkeuring voor aan het college. 5.. Zodra tussen twee rapportages duidelijkheid ontstaat over (dreigende) afwijkingen die leiden tot verhoging van of verschuiving tussen beleidsproducten van ten minste € 25.000,-- dan wel 10% bij geraamde lasten en/of baten dan legt de hoofdbudgethouder dit zo spoedig mogelijk ter goedkeuring voor aan het college. 6.. De budgetbeheerder voorziet de budgethouder en die op zijn/haar beurt de hoofdbudgethouder en die op zijn/haar beurt de gemeentesecretaris van de noodzakelijke gegevens ten behoeve van de op te stellen begroting, verantwoordingsrapportages en het melden van (dreigende) tussentijdse afwijkingen. 7.. De budgethouder/-beheerder dient gebruik te maken van de verplichtingenadministratie.

Rechtspraak bij dit artikel