de verblijfsduur voor een ligplaats bedraagt maximaal een aaneengesloten periode van 3 keer 24 uur;
het is verboden om met een vaartuig, nadat het is verplaatst, binnen drie dagen wederom ligplaats in te nemen op de in dit lid, sub a, bedoelde ligplaats;
wanneer een vaartuig wordt verplaatst naar een plaats liggende op minder dan 500 meter hemelsbreed gemeten van de oude ligplaats, wordt het geacht op dezelfde plaats te zijn blijven liggen;
een vaartuig wordt geacht voor maximaal een aanééngesloten periode van 3 keer 24 uur eenzelfde ligplaats te hebben ingenomen, indien dat vaartuig op enig tijdstip van deze periode op dezelfde ligplaats wordt aangetroffen.