Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Het Nederlandse Drugsbeleid en het wettelijk kader

Onderdeel van Coffeeshopbeleid gemeente Middelburg

Het landelijk drugsbeleid richt zich op het voorkomen van het gebruik van drugs en het beperken van schade voor de gebruiker en zijn omgeving. De primaire doelstelling van dit beleid is de volksgezondheid. Dit landelijke drugsbeleid biedt kaders voor het gemeentelijke beleid. Deze informatie is afkomstig van loketgezondleven.nl van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. In het landelijk drugsbeleid zijn verschillende uitgangspunten geformuleerd, namelijk drugsgebruik voorkomen, gezondheidsschade voorkomen, vroeg signalering en kortdurende interventies, adequate behandeling bij drugsverslaving en gezondheidsschade beperken. Op grond van de Opiumwet (artikelen 2 en 3) is het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren aanwezig hebben en vervaardigen van drugs strafbaar gesteld. De Opiumwet stelt de import, export, productie, teelt, de handel en het in bezit hebben van drugs dus strafbaar. Het gebruik wordt niet strafbaar gesteld. In de Opiumlijst, behorende bij de Opiumwet wordt onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs. Zoals hiervoor aangegeven geeft artikel 13b van de Opiumwet de burgemeester de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf softdrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt. Een coffeeshop valt onder de definitie van lokaal. Herhaald wordt dat de verkoop van softdrugs in coffeeshops in Nederland onder strikte voorwaarden wordt gedoogd. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft dus het hiervoor weergegeven gedoogbeleid ontwikkeld. De aanwijzing van het Openbaar Ministerie geeft de landelijke basis voor het toestaan van coffeeshops om softdrugs te verkopen. Gemeenten mogen zelf bepalen of er coffeeshops binnen de gemeente worden toegelaten en hoeveel.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel