Aan een vergunning als bedoeld in artikel 22 van de Wet worden de volgende voorwaarden verbonden:
De voorwaarde dat de vergunning pas gebruikt mag worden als zij onherroepelijk is geworden;
De voorwaarde dat van de vergunning ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Verordening binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden ervan gebruikt moet worden gemaakt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 12.
Voorwaarden bij kadastraal splitsen van woonruimte
Onderdeel van Nadere regels Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024