Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 onder d van de Wet ten behoeve van woningvormen worden de volgende voorwaarden verbonden:
De voorwaarde op grond waarvan zij pas in werking treedt als zij onherroepelijk is geworden;
De voorwaarde op grond waarvan van de vergunning binnen twaalf maanden na het onherroepelijk worden daarvan gebruik moet worden gemaakt.
Hoofdstuk 2. › § 2.4
Artikel 9.
Voorwaarden bij woningvormen
Onderdeel van Nadere regels Verordening beheer woonruimtevoorraad Schiedam 2024