Naar hoofdinhoud
1.. Er is een commissie. 2.. De commissie baseert haar adviezen, die gerelateerd zijn aan erfgoed, aan de hand van overwegingen van geschiedkundig, architectonisch, archeologisch, cultuur-, kunst-, bouw- en sociaalhistorisch belang en/of historisch geografisch belang en de Richtlijnen voor het verbouwen restaureren en onderhouden van monumenten; 3.. De commissie baseert haar adviezen, die niet gerelateerd zijn aan erfgoed, op de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken zoals bedoeld in art. 4.19 Ow (Reisgids voor ruimtelijke kwaliteit). 4.. De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn; 5.. Ter uitvoering van haar taak: adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd provinciaal monument of provinciaal monument; een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een beeldbepalend pand, karakteristiek pand of stolpboerderij; een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; een activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de Omgevingswet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces;] voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met initiatiefnemers over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over: het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed [en werelderfgoed] en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; het uitvoeren van bouwhistorisch onderzoek bij wijzigingen aan monumenten of beleidsmatig als karakteristiek geduide panden; het aanwijzen van gemeentelijk beschermde stads- en of dorpsgezichten; adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten over reclame in de openbare ruimte, straatmeubilair, inrichtings- en bestratingsplannen in stads- en dorpscentra.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel