Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4

Artikel 5.4.1

Draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, minima regelingen en Wet schuldhulpverlening gemeente Urk 2024

1.. Bij een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief VT), is geen sprake van draagkracht. 2.. Als het inkomen meer bedraagt dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief VT), wordt het meerdere volledig tot de draagkracht gerekend. 3.. Indien de aanvrager zelfstandig energielasten heeft middels een contract met energieleverancier(s) en een inkomen hoger dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en hij in het kalenderjaar van aanvraag geen recht heeft op de energietoeslag als bedoeld in artikel 35 lid 4 Participatiewet, dan dient de draagkracht te worden verlaagd met € 1300,00 per draagkrachtjaar. 4.. De hoogte van het inkomen wordt vastgesteld met inachtneming van artikel 31 t/m 33 PW. 5.. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van draagkracht voor zover er beslag ligt op het inkomen (zie CRvB 28-03-2006:AV8374 en CRvB 19-01-2021:110 en 242). 6.. Indien de aanvrager gebruik maakt van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP), is er geen sprake van draagkracht. 7.. Indien er sprake is van bewindvoering en de aanvrager leefgeld ontvangt lager dan 120% van de geldende bijstandsnorm (bij gehuwden beide aanvragers) is er geen sprake van draagkracht uit inkomen. Er kan wel draagkracht uit vermogen zijn. 8.. Het vermogen wordt, tot aan de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 PW, buiten beschouwing gelaten. 9.. Als het vermogen hoger is dan de vrijlating als bedoeld in lid 7 wordt het meerdere voor 100% als draagkracht aangemerkt. 10.. Het vermogen in de eigen woning wordt niet in aanmerking genomen, tenzij bezwaring of verdere bezwaring van de woning in redelijkheid verlangd kan worden (artikel 50 lid 1 PW).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel