Met overige inrichtingskosten worden de kosten bedoeld die niet zien op duurzame gebruiksgoederen, zoals verf, behang en verhuiskosten. Als uitgangspunt bestaat voor deze kosten geen recht op bijzondere bijstand en dient men daar zelf in te voorzien. Alleen als er sprake is van bijzondere omstandigheden is er ook voor deze kosten bijzondere bijstand mogelijk. De hoogte van de bijstand wordt afgestemd op de staat van de woning en vastgesteld aan de hand van de Nibud Prijzengids.
De bijzondere bijstand die voor deze kosten wordt toegekend wordt om niet verstrekt. De geldlening op grond van artikel 51 PW is hier niet van toepassing omdat er geen sprake is van duurzame gebruiksgoederen.
De hoogte van de bijstand voor overige inrichtingskosten is € 200,00 per persoon die tot het gezin behoort waarvoor de bijstand van toepassing is.
Indien een meerderjarig kind (mede) aanvraagt wordt uitgegaan van een bedrag van € 200,00 aan totale overige inrichtingskosten.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.6
Artikel 5.6.3
Overige inrichtingskosten
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, minima regelingen en Wet schuldhulpverlening gemeente Urk 2024