**1..** De geldlening, als bedoeld in artikel 2, is ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid onder d PW.
**2..** Als waarde van de woning geldt in beginsel de waarde vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (‘’WOZ-waarde’’). Als deze waarde door het college of door de inwoner wordt betwist dan vindt taxatie plaats door een taxateur voor onroerende zaken die door het college in overeenstemming met de inwoner wordt aangewezen of door een gemeentelijk taxateur.
**3..** Ten aanzien van woonwagens en woonschepen bedraagt de geldlening ten hoogste de waarde van de woonwagen of het woonschip in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d PW.
**4..** Ter vaststelling van de waarde van de woonwagen of het woonschip vindt taxatie plaats door een erkend of een in elk geval als deskundig aan te merken taxateur voor dergelijke roerende zaken die door het college in overeenstemming met de inwoner wordt aangewezen.
**5..** De kosten verbonden aan de taxatie, de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, de pandovereenkomst, alsmede de bijkomende kosten, komen ten laste van de inwoner.
Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.2
Artikel 9.2.3
Waarde woning
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, minima regelingen en Wet schuldhulpverlening gemeente Urk 2024