Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.2

Artikel 9.2.5

Aflossingsvoorwaarden geldlening

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, minima regelingen en Wet schuldhulpverlening gemeente Urk 2024

1.. Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien jaar. 2.. De aflossing start op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats. 3.. Het maandelijkse aflossingsbedrag wordt in beginsel telkens voor een periode van één jaar vastgesteld. Indien niet opnieuw een maandelijks aflossingsbedrag voor een periode van een jaar wordt vastgesteld, blijft het bestaande maandelijkse aflossingsbedrag van toepassing. 4.. Bij een inkomen dat niet hoger is dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, wordt geen aflossing gevergd. 5.. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, stelt het college het maandbedrag van de aflossing voor een langere periode dan één jaar vast, dan wel wordt zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vastgesteld. 6.. Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld onder lid 5 kan rekening worden gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van de inwoner komende, bijzondere bestaanskosten. Deze kunnen in mindering worden gebracht op het inkomen. 7.. Indien de inwoner tijdens de aflossingsperiode van tien jaar verwijtbaar nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening direct opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Rechtspraak bij dit artikel