Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › Paragraaf 9.4

Artikel 9.4.1

Verplichting van de inwoner tot (op)eisen van alimentatie

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, minima regelingen en Wet schuldhulpverlening gemeente Urk 2024

1.. Indien de inwoner aanspraak kan maken op een wettelijke onderhoudsverplichting als bedoeld in boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, legt het college ingevolge artikel 55 PW aan de inwoner de verplichting op, om; een bijdrage voor de kosten van levensonderhoud voor zichzelf en/of zijn ten laste komende kinderen van de onderhoudsplichtige te verkrijgen, zo nodig door tussenkomst van een rechter; betaling van een door de rechter opgelegde bijdrage voor de kosten van levensonderhoud voor zichzelf en/of zijn ten laste komende kinderen af te dwingen, zo nodig door het inschakelen van derden, zoals het LBIO of een deurwaarder. 2.. De verplichting als bedoeld in het eerste lid onderdeel a bevat in ieder geval de eis; dat de te verkrijgen bijdrage voor de kosten van levensonderhoud aantoonbaar wordt vastgesteld op basis van een recente draagkrachtberekening aan de hand van de geldende Trema-normen; dat het verzoek tot het verkrijgen van een bijdrage in de kosten van levensonderhoud niet eerder aan de onderhoudsplichtige of de rechter wordt voorgelegd, dan nadat dit ter goedkeuring aan het college is voorgelegd. 3.. Het college legt de in het eerste lid bedoelde verplichting niet eerder op, dan nadat het heeft onderzocht dat er naar verwachting enige draagkracht aanwezig is. 4.. Indien de verplichting als bedoeld in het eerste lid naar het oordeel van het college niet in redelijkheid aan de inwoner opgelegd kan worden, kan het college gebruik maken van de bevoegdheden om te verhalen als bedoeld in paragraaf 6.5 PW.

Rechtspraak bij dit artikel